Hoe hoger het inkomen, hoe groter het voordeel van de maatregelen die het kabinet wil nemen om de koopkracht te repareren.
Dat blijkt uit voorlopige cijfers van het kabinet. De definitieve koopkrachtplaatjes verschijnen op Prinsjesdag.
Gezinnen met kinderen en een modaal inkomen (30.000 euro bruto per jaar) gaan er nauwelijks op vooruit, terwijl gezinnen met kinderen en twee keer modaal er 5,2 procent bij op mogen tellen.
Hetzelfde beeld is te zien bij de ouderen: een paar met een AOW rond het sociaal minimum krijgt er een half procent bij, terwijl een paar met een redelijk pensioen 5,3 procent meer krijgt.
Het is opvallend dat de hogere inkomens het meeste profiteren, omdat het kabinet steeds heeft gezegd zich vooral te richten op de middeninkomens met kinderen.
'Redelijk'
Het effect wordt vooral veroorzaakt door de invoering van het nieuwe ziektekostenstelsel. Nu zijn mensen met een hoger inkomen meer kwijt aan hun nominale premie dan de 1100 euro die iedereen vanaf volgend jaar gaat betalen.
Alleenstaanden - met lagere of hogere inkomens en met of zonder kinderen - profiteren volgens de voorlopige berekeningen het minst van de koopkrachtmaatregelen. Zij krijgen er in het gunstigste geval 0,9 procent bij.
Minister De Geus van Sociale Zaken vindt het redelijk dat vooral gezinnen boven de ziekenfondsgrens profiteren. Hij zegt dat deze groep jarenlang veel kwijt is geweest aan ziektekostenpremies voor hun kinderen.
In de rechterbalk van deze pagina staat onder het kopje 'Achtergronden' een tabel met een overzicht van de procentuele koopkrachtgroei voor verschillende groepen.
Deel deze pagina
»
»
»