Veertien spelers van PSV zijn tussen 2000 en 2004 buiten hun medeweten verkocht aan drie beleggingsfondsen, schrijft de Volkskrant. Juridisch bleven ze eigendom van PSV, maar economisch kwamen ze voor de helft in bezit van investeerders.
Volgens de krant ging het om onder anderen Mark van Bommel, Mateja Kezman en Arjen Robben. Met de investeringen zou 30 miljoen euro gemoeid zijn geweest. De directie van PSV heeft de gang van zaken bevestigd.
De beleggers leden grote verliezen, toen winsten op spelersverkopen uitbleven. De club kocht daarom de rechten op enkele spelers terug. PSV kampt nog steeds met de financiële gevolgen.
Eén van de drie spelersfondsen werd opgericht door PSV-voorzitter Harry van Raaij, die er tevens de voorzitter van werd. Zijn fonds kreeg voor vijftig procent zeven spelers in bezit, onder wie Arjen Robben en Jan Vennegoor of Hesselink.
Spanningen
Omdat de fondsen niet opleverden wat er verwacht was, namen de spanningen toe. In 2003 kocht PSV uiteindelijk de spelers, die van niks wisten, voor 17,4 euro op. De beleggers leenden dat bedrag weer aan PSV als 'achtergestelde lening'.
Bij de transfer van Robben naar Chelsea moest Van Raaij de belangen van PSV én die van de investeerders dienen. Chelsea betaalde 18 miljoen. Daarvan kwam maar 13,5 miljoen op de rekening van PSV.
Deel deze pagina
»
»
»