Eén van de zaken die tot de inbeslagname van een groot deel van de aandelen Antonveneta van de Banca Populare Italiana (BPI) leidden, waren door justitie afgeluisterde telefoongesprekken. De Italiaanse krant Il Giornale wist de hand te leggen op enkele verslagen van gesprekken tussen Antonio Fazio, van de Italiaanse centrale bank, en Gianpiero Fiorani, de topman van BPI.
Het eerste gesprek vindt plaats op 5 juli. Op die dag vraagt ABN Amro aan toezichthouder Consob om zijn bod op Antonveneta te verlengen. Fazio, van de centrale bank, wil overleg met de topman van ABN Amro's rivaal BPI.
Fazio: "Ok, als jij naar mij komt tegen drieën, half vier, hebben we een of anderhalf uur samen om, laten we zeggen, omdat ik een aantal zaken wil verifiëren."
Fiorani: "Ja ja, dat is goed."
Fazio: "Ok, één ding, het gaat zoals gewoonlijk, via de achterdeur, daarachter."
Foriani: "Ja, dat is goed...(...) Anders zijn er problemen."
Het tweede gesprek op 12 juli vindt plaats vlak nadat Fazio's centrale bank de biedingen van BPI op Antonveneta heeft goedgekeurd. Fazio vertelt Fiorani dat hij "de handtekening heeft gezet".
Fazio: "Bel ik je wakker?"
Fiorani: "Nee, nee."
Fazio: "Goed, ik heb mijn handtekening gezet."
Fiorani: "Tonino, ik ben geroerd, dank je, dank je, ik heb kippenvel. Tonino, ik zou je een kus op je voorhoofd willen geven, maar dat kan ik niet doen. Ik weet hoeveel je te verduren hebt gekregen. Ook ik had problemen met de structuur, met mijn advocaten en ik zou op dit moment het vliegtuig naar je nemen als het kon."

»
»
»