Met het vonnis van de Amsterdamse rechter is vandaag een voor Nederland unieke rechtszaak afgerond. "Overtuigingsdader" Mohammed B. zorgde grotendeels zelf voor het bijzondere karakter van zijn proces.
Sinds zijn arrestatie op 2 november 2004 heeft B. er nagenoeg de hele tijd het zwijgen toegedaan. Ook tijdens zijn acht weken durende gedragskundig onderzoek in het Pieter Baan Centrum weigerde hij mee te werken. Deskundigen konden niet anders dan concluderen dat B. toerekeningsvatbaar is.
Het was pas vlak voordat het proces ten einde was dat B. bij verrassing het woord nam. Hij verklaarde dat hij nog een keer zou toeslaan als hij de kans kreeg, dat hij uit religieuze overtuiging had gehandeld en dat hij de pijn van de moeder van Van Gogh niet kon voelen.
"Wat ik wel wil dat u weet, is dat ik uit overtuiging heb gehandeld, niet omdat ik hem haat", aldus B.
Vreemd
Zijn advocaat Plasman verzocht hij niet te pleiten. Ook wilde B. niet ter zitting verschijnen. Hij kwam toch, omdat de rechtbank hem daartoe dwong. Ook bij de uitspraak wilde B. niet aanwezig zijn, maar ook in dit geval dwongen de rechters hem zijn opwachting te maken.
B's advocaat zei dat vreemd te vinden. "Tijdens de behandeling van een zaak kan het verschijnen van een verdachte het belang van het onderzoek dienen. Voor de uitspraak geldt dat niet. Men wil er kennelijk zeker van zijn dat hij het gehele vonnis meekrijgt, dat hij alles aanhoort."
Laf
Op 26 juli 2005, acht maanden en 24 dagen na de moord op cineast Theo van Gogh, is Mohammed B. veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. B. zelf had aangegeven het "laf" te vinden om onder de maximale straf uit te komen.
In tegenstelling tot Volkert van der G., die 18 jaar cel kreeg voor de moord op Pim Fortuyn, heeft B. geen spijt betuigd voor zijn daad.
Daarnaast oordeelde het Pieter Baan Centrum dat er bij Van der G. bij vrijlating geen kans op herhaling bestaat. Mohammed B. zei daarentegen dat hij precies hetzelfde zou doen als hij daartoe opnieuw de kans zou krijgen.
Terroristisch oogmerk
Op vier van de zes punten achtte de rechtbank bewezen dat B. vanuit een terroristisch oogmerk heeft gehandeld, onder meer bij de moord op Van Gogh, het belemmeren van Tweede-Kamerlid Hirsi Ali in haar werk en het voorhanden hebben van een wapen en munitie.
Volgens persofficier Festen is het voor zover bekend de eerste keer dat zo'n terroristisch oogmerk is bewezen.
Deel deze pagina
»
»
»