Het wordt steeds spannender of het de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA lukt om deze maand nog de space shuttle Discovery in de ruimte te brengen. De lancering is opnieuw uitgesteld. Discovery wordt op zijn vroegst 26 juli de ruimte ingeschoten.
De shuttle moet voor het einde van de maand worden gelanceerd om aan te kunnen koppelen bij het internationale ruimtestation ISS. De kans dat het lukt is volgens betrokkenen bij het shuttleprogramma echter klein.
Als het niet lukt, moet de lancering worden uitgesteld tot september. Deskundigen bestuderen volgens de Los Angeles Times inmiddels wel de mogelijkheid om het zogenoemde lanceervenster iets op te rekken tot begin augustus.
200 oorzaken
Een slecht functionerende brandstofsensor was vorige week woensdag voor NASA de reden om de lancering enkele uren voor de geplande start uit te stellen. Het is experts nog steeds een raadsel waarom de sensor in de grote externe tank niet goed functioneert.
NASA-ingenieurs lopen al dagen alle schakels, de bedrading en het elektriciteitssysteem in de brandstoftank langs, maar ze hebben nog niets gevonden. Volgens een van de leidinggevenden in het programma zijn er 200 verschillende oorzaken mogelijk. Hoewel het euvel nog niet is gevonden, worden wel steeds meer mogelijkheden geëlimineerd.
Quarantaine
Mogelijk zal de externe tank, die na het annuleren van de lancering is leeggepompt, weer met brandstof worden gevuld om te kijken hoe de sensor reageert. In principe is dat een test, maar als zich geen problemen meer voordoen zou de lanceerprocedure meteen weer opgestart kunnen worden.
De bemanningsleden van vlucht STS-114 zaten tot nog toe steeds in quarantaine, wat gebruikelijk is voor een shuttlevlucht. Inmiddels hebben commandant Eileen Collins en haar bemanning vrij gekregen. Later deze week pakken de astronauten hun training weer op en gaan ze opnieuw in quarantaine.
