Marinier Eric O. eist een schadevergoeding van 300.000 euro van de Nederlandse staat. O. werd verdacht van het overtreden van de geweldsinstructies voor Nederlandse militairen in Irak. Hij werd in twee zeer publieke zaken door zowel de rechtbank als het gerechtshof vrijgesproken.
Volgens justitie had O. in december 2003 de geweldsinstructies overtreden waardoor een Irakees om het leven was gekomen. O. zei dat hij zijn wapen op de grond afgevuurd had toen er in Irak een rel ontstond rond een voedseltransport. Die kogel zou afgeketst zijn en de Irakees dodelijk hebben verwond.
Het Openbaar Ministerie had zes maanden voorwaardelijke militaire detentie geëist en een taakstraf.
Verzoek
O.'s advocaat Knoops legde voor het Radio 1 Journaal uit waarom zijn cliënt een schadevergoeding wil. "U moet dit verzoek zien niet zozeer om hem van een oudedagsvoorziening te voorzien, maar dit is puur een verzoek waarmee op de eerste plaats een rehabilitatie wordt beoogd."
In eerste instantie werd O. vrijgesproken door de rechtbank, die tot haar uitspraak kwam op basis van de internationaal geldende geweldsvoorschriften. Het gerechtshof volgde dit oordeel later. In de uitspraak van het hof stelden de rechters dat, hoewel het OM in zijn recht stond vervolging in te stellen, het onderzoek naar het schietincident niet volledig was.
Ook was de zaak in eerste instantie veel te zwaar ingezet. Dat kwam mede doordat het OM "kennelijk onvoorbereid was hoe een dergelijk incident aan te pakken". De kritiek van het hof kreeg veel bijval vanuit politieke en militaire hoek.
Knoops ziet genoeg aanknopingspunten om de claim te rechtvaardigen. "Het gerechtshof zegt: het Openbaar Ministerie heeft veel te zwaar ingezet. Het had veel terughoudender moeten zijn in de media. In het onderzoek zijn fouten begaan die voorkomen hadden kunnen worden als men goed en gedegen vooronderzoek had gedaan."
Deel deze pagina
»
»
»