Mohammed B. heeft voor de rechtbank in Amsterdam levenslang tegen zich horen eisen voor de moord op Theo van Gogh. Bovendien wil justitie dat hij voor de rest van zijn leven het actief en passief kiesrecht kwijtraakt.
Volgens officier van justitie Van Straelen zijn alle beschuldigingen tegen de verdachte bewezen. De 27-jarige B. wordt naast de moord op de filmmaker aangeklaagd voor pogingen tot moord op twee omstanders en een aantal politieagenten en het belemmeren van VVD-politica Hirsi Ali in haar werkzaamheden als Tweede-Kamerlid.
Nadat de eis was uitgesproken, nam B. onverwachts toch nog het laatste woord. Hij zei dat hij geen spijt heeft van zijn daad en opnieuw zou moorden als hij daartoe de kans kreeg. "Als ik de mogelijkheid zou hebben om het nog een keer te doen, ik zou precies hetzelfde doen."
B. richtte zich ook nog tot de moeder van Van Gogh. "Ik voel uw pijn niet. Dat kan ik niet. Ik weet niet hoe het is om een kind te verliezen dat met zoveel pijn en tranen op de wereld is gebracht."
Terroristisch oogmerk
Justitie stelde dat B. de misdrijven op 2 november vorig jaar heeft gepleegd met een terroristisch oogmerk. De officier van justitie is bijna vier uur bezig geweest met zijn requisitoir in de Bunker, de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp.
Van Straelen zei onder meer dat B. de Nederlandse bevolking met de moord op Van Gogh bang heeft willen maken en de samenleving heeft willen ontwrichten. "De moord is gepleegd op één van de drukste punten in Amsterdam, op een tijdstip waarop veel mensen op straat zijn."
"Een rituele slachting", zo noemde de officier van justitie de moord zelf, waarbij de keel van de cineast werd doorgesneden. "B. heeft met de moord een voorbeeld willen geven van wat Nederland te wachten staat", aldus Van Straelen.
Verder zei hij dat Hirsi Ali niet meer kon werken door de brief die B. op het lichaam van Van Gogh had achtergelaten. "Hij heeft haar zeer ernstig met de dood bedreigd."
Hulp
Justitie en politie hebben niet kunnen bewijzen dat B. hulp kreeg bij het beramen en het plegen van de moord op Van Gogh op 2 november vorig jaar, zo liet Van Straelen weten.
Toch denkt hij dat de verdachte wel degelijk door anderen geholpen moet zijn. B. had in de maanden voor de moord nauwelijks geld, terwijl het vuurwapen waarmee de filmmaker werd doodgeschoten 1000 euro heeft gekost. "Of iemand anders heeft dat betaald, of iemand heeft het wapen aan B. gegeven", aldus de officier van justitie.
Justitie heeft vier mogelijke mededaders op het oog gehad: twee voormalige huisgenoten van B. en twee Tsjetsjenen. Onderzoek naar hen heeft echter geen bewijzen opgeleverd van enige bemoeienis met de moord. Het onderzoek gaat verder.
Voorbedachten rade
De officier van justitie stelde in zijn requisitoir op basis van getuigenverklaringen dat Van Gogh in de maand voor zijn dood in de gaten is gehouden door B. "Het is een beklemmend idee dat er een man was die Van Gogh stiekem observeerde. Dat er een man was die slechts dacht aan het moment waarop hij Van Gogh zou vermoorden." Van Straelen toont hiermee aan dat B. de aanslag met voorbedachten rade heeft gepleegd.
Aan de hand van foto's liet Van Straelen een reconstructie zien van de ochtend van de moord. Daarin werd duidelijk welke route B. aflegde na de moord in de Linnaeusstraat, tot het moment dat hij zelf in zijn been werd geschoten op de Mauritskade.
Tussen de moord op Van Gogh en het neerschieten van B. door een agent zaten 17 minuten. "In die minuten heeft B. onmetelijk veel leed veroorzaakt." Van Straelen maakte de Amsterdamse politie daarna een compliment. "B. kreeg niet wat hij wenste, namelijk een martelaarsdood."
Hofstadgroep
Van Straelen zei dat er na dit proces besloten wordt of B. wordt vervolgd voor betrokkenheid bij de Hofstadgroep. B. wordt gezien als een centraal figuur binnen dit terroristische netwerk.
B's advocaat Peter Plasman hield na het requisitoir van Van Straelen geen pleidooi, want B. had zijn advocaat verzocht te zwijgen.
De uitspraak is over twee weken.
Deel deze pagina
»
»
»