Vijf internetproviders gaan vrijuit in een piraterij-zaak die door stichting Brein was aangespannen. De aanbieders weigeren klantgegevens bekend te maken van abonnees die volgens Brein illegaal muziek hebben aangeboden.
De muziekbestanden waren via het muziekuitwisselingsprogramma Kazaa aangeboden. Brein heeft met hulp van een Amerikaans onderzoeksbureau wel computers getraceerd waarop de illegale bestanden staan, maar dat is niet genoeg om actie tegen de internetabonnees te ondernemen.
De stichting moet de persoonsgegevens van de internetabonnees hebben om op te kunnen treden. Die kunnen alleen de internetproviders verstrekken.
Speuren in computers
Rechter M. van Delft-Baas oordeelde echter dat het Amerikaanse bureau dat onderzoek deed voor Brein niet zorgvuldig te werk is gegaan. Het bureau heeft de gedeelde mappen (shared folders) op de computers van de klanten doorzocht.
Daarbij zijn mogelijk bestanden bekeken die niet illegaal werden aangeboden en "een persoonlijk karakter" droegen. Ook kunnen er computers zijn doorzocht waar helemaal geen illegale muziek op te vinden was.
IP-nummer
Dat speuren in de computers van klanten keurt de rechter niet goed. Naar Nederlandse maatstaven worden persoonsgegevens in Amerika volgens haar onvoldoende beschermd. Daarom is geen sprake geweest van een rechtmatige gegevensverwerking door Brein.
De internetaanbieders voerden ook nog aan dat de persoonsgegevens van illegale downloaders in veel gevallen bijna onmogelijk zijn te achterhalen. Dat heeft te maken met het zogeheten IP-nummer waarmee de klanten internet opgaan. Veel providers wijzen de gebruiker bij iedere internetsessie een ander IP-nummer toe. De IP's die Brein heeft achterhaald zijn dus nauwelijks naar de illegaal downloadende internetgebruiker te herleiden.
Deel deze pagina
»
»
»