In Albanië heeft de Democratische Partij (DP) van oud-president Sali Berisha de parlementsverkiezingen gewonnen. De centrumrechtse oppositiepartij kreeg 55 van de honderd zetels direct te kiezen zetels. Dat heeft de centrale kiescommissie bekendgemaakt.
De verkiezingsstrijd van zondag ging vooral tussen de Socialistische Partij van premier Nano en de partij van Berisha. Peilingen voorspelden een nek-aan-nekrace. Ongeveer 2,4 miljoen Albaniërs mochten 140 parlementariërs kiezen, waarvan honderd direct via een districtenstelsel en de overige veertig zetels volgens evenredige vertegenwoordiging worden gekozen. De regerende partij van Nano kreeg 42 van de honderd zetels. De rest van de zetels gaat naar drie kleine partijen.
De DP van Berisha heeft geen absolute meerderheid, want van de overige indirect te kiezen zetels krijgen de linkse partijen er 21 en de centrumrechtse 19. De partij heeft eerder al aangegeven een coalitie te willen vormen met de kleine Republikeinse Partij.
Vete
In het arme Balkanland leek de verkiezingsstrijd vooral een persoonlijke vete tussen Nano, een halve Griek uit het zuiden, en Berisha, die uit het ruige bergland in het noorden van het land afkomstig is. Hun persoonlijke strijd stond meer in de schijnwerpers dan het beleid dat de twee willen gaan voeren.
Als het Berisha lukt een coalitie te vormen, komt er een eind aan de socialistische regering. De socialisten zwaaien sinds 1997 de scepter in het land, toen Berisha na een opstand van het presidentspluche werd gestoten.
Hoe de volgende regering van het Balkanland er ook uit zal zien, het is duidelijk dat Albanië verandering wil. Verkiezingen in het land waren altijd controversieel. Ditmaal heeft het land, dat EU-aspiraties heeft, zijn best gedaan te bewijzen dat het in staat is eerlijke en vrije verkiezingen te houden en dat er wordt gewerkt aan hervormingen. Albanië is één van de armste landen van Europa. Wel groeit de economie jaarlijks met gemiddeld vijf procent.
Niet vlekkeloos
De Albanese autoriteiten menen dat de verkiezingen vlekkeloos zijn verlopen, maar volgens het voorlopige verslag van de waarnemers van de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) is dat slechts deels waar en worden nog wat onregelmatigheden onderzocht.
Zo gingen stemlokalen op sommige plaatsen te laat open en bleven ze elders drie uur langer open dan toegestaan. Kieslijsten klopten niet altijd en in de hoofdstad Tirana werd een lid van een stembureau doodgeschoten. Wel was er vergeleken bij de vorige verkiezingen sprake van een "lichte verbetering", aldus de waarnemers.
Deel deze pagina
»
»
»