"Ik kan wel plannen verzinnen in die hoge Haagse toren, maar het zijn de mensen die het moeten doen." Minister Verdonk blikt tevreden terug op haar bezoek aan het project "Welkom in Rotterdam", een lokaal initiatief om burgers niet naast, maar mét elkaar te laten samenleven.
Verdonk was één van de vele kabinetsleden die vanmorgen het land introkken om met burgers te praten over initiatieven in hun buurt. Samen met collega-minister Remkes deed ze de Maasstad aan.
Het initiatief "Welkom in Rotterdam" houdt in dat 'oude' en 'nieuwe' stadsgenoten worden gekoppeld, om elkaar én de stad beter te leren kennen. Het project telt inmiddels zo'n 500 deelnemers, volgens de minister "een behoorlijk aantal".
Haar collega Remkes stelde vast dat "er ontzettend veel bruist en borrelt in de stad" en dat de gemeente daarin een sleutelrol vervult. "Dat kan een voorbeeld zijn voor andere gemeenten."
Ervaringen delen
Op 26 januari trok het kabinet ook al het land in, toen om te praten met maatschappelijke organisaties en religieuze leiders. Nu voerden zeven ministers, vier staatssecretarissen en de minister-president in de ochtenduren gesprekken met burgers over initiatieven op buurt- en wijkniveau.
Vanmiddag komen ze in de Ridderzaal bijeen om hun ervaringen te delen.
Premier Balkenende was vanmorgen in Den Haag, waar hij samen met staatssecretaris Van Hoof sprak met autochtone en allochtone studenten. De bezoeken maken deel uit van het project Breed Initiatief Maatschappelijke Binding (BIMB).
Het kabinet wil aan de hand van de bezoeken een beter idee krijgen van de lokale projecten die de verhoudingen tussen groepen mensen kunnen verbeteren.
Verleiden
Eén van die projecten is Tieners nemen de leiding, een initiatief in Hoogvliet waarbij jongeren opleidingen en cursussen krijgen aangeboden waardoor ze in staat zijn activiteiten in de wijk te begeleiden.
De jongeren ontwikkelen zich, worden zelfverzekerder en worden door anderen als rolmodel gezien.
Nadat ze hun diploma halen kunnen de sportleiders, soms amper twaalf jaar oud, vrijwel alle kinderen tussen acht en twaalf verleiden te gaan sporten. "Op een gemiddelde vrijdag zijn er 75 tot 80 kinderen in de sporthal", licht één van de jonge leiders toe.
Zelf zijn de tieners erg enthousiast over het project: "Dit is stukken beter dan achter de computer zitten."
Deel deze pagina
»
»
»