Er mag binnenkort misschien weer op walvissen worden gejaagd. Daarover praat de Internationale Walvis Commissie (IWC) in het Zuid-Koreaanse Ulsa, een voormalige walvisvaarthaven. Steeds meer landen, waaronder Japan en Noorwegen, willen een einde aan het verbod op walvisvaart.
Voor het eerst sinds in 1986 de walvisvangst werd verboden, lijken de landen die vóór zijn in de meerderheid binnen de 66 leden tellende commissie. Volgens het verbod mogen de leden van de commissie alleen walvissen vangen voor wetenschappelijke doeleinden en alleen op zeer beperkte schaal. Met name Japan, dat zich volgens milieuorganisaties niet aan dit verbod houdt, wil de commerciële walvisvangst hervatten.
Quota
De commissie stemt deze week over een quotumsysteem. Dat maakt het mogelijk meer walvissen te vangen. Bij belangrijke beslissingen, zoals het opheffen van het vangstverbod, is echter wel een meerderheid van 75 procent nodig. Of de landen die voor de vangst zijn zo'n grote meerderheid kunnen bereiken, is nog wel de vraag.
De Nederlandse regering is in principe tegen de walvisjacht. Minister Veerman is wel bereid om walvisjagende landen als Noorwegen, IJsland en Japan vangstquota toe te staan, als hij ze daarmee binnen de IWC kan houden.
Uitsterven
Ondanks dat het vangstverbod al twintig jaar oud is, wordt een aantal walvissoorten nog altijd met uitsterven bedreigd. "De wereld zal vandaag een stap vooruit doen naar een tijdperk waar behoud van het milieu belangrijk is, of een stap terug naar de Middeleeuwen, waar de wereldbevolking denkt dat het afslachten van walvissen met granaten, elektrische speren en met geweren iets is dat we moeten accepteren", zei de Australische milieuminister Ian Campbell.
Tot nu toe hebben de landen die voor de jacht zijn een kleine nederlaag moeten incasseren. Zij wilden de stemprocedure veranderen, zodat de stemming in het vervolg geheim is. De Internationale Walvis Commissie veegde dit voorstel met 30 stemmen tegen en 27 voor van tafel.

»
»
»