De manier waarop de Verenigde Staten de oorlog tegen het terrorisme voeren, moedigt andere landen aan de mensenrechten te schenden. Dat stelt Amnesty International in zijn jaarlijkse mensenrechtenrapport.
Volgens de mensenrechtenorganisatie gebruiken sommige landen de behandeling van gevangenen op Guantanamo Bay op Cuba en in de Abu Graib in Irak als excuus om zelf ook gevangenen te mishandelen. Amnesty noemt China, India en Oezbekistan.
De organisatie wijst er op dat de Verenigde Staten de Geneefse Conventies niet van toepassing heeft verklaard op gevangenen op Guantanamo Bay op Cuba. Amnesty noemt dit een voorbeeld van het 'veiligheidsexcuus'. Volgens de organisatie gebruiken ook landen in Europa en Azië dit veiligheidsexcuus om allerlei mensenrechten niet van toepassing te verklaren.
Misbruik
Zo pakt China leden van het moslimvolk de Oeigoeren in het westen van het land op omdat die volgens China "separatisten, terroristen en religieuze extremisten" zouden zijn. Amnesty ziet dat als misbruik maken van de angst voor terroristen om leden van een lastige bevolkingsgroep op te kunnen pakken.
Amnesty stelt dat overheden de plicht hebben om aanslagen zoals in Madrid te voorkomen en de daders te bestraffen. "Maar", zo zegt Amnesty, "dat mag alleen maar met volledig respect voor de mensenrechten". Volgens de organisatie is dat niet alleen vanuit een moreel en juridisch oogpunt nodig, maar ook effectiever op de lange termijn.
Europese landen
Amnesty klaagt in het rapport 150 landen aan, waaronder ook Europese. In Europa krijgen onder meer België en Duitsland een berisping. België zou te weinig doen om minderheden te beschermen tegen racistische aanslagen. In Duitsland zou de politie teveel geweld hebben gebruikt. Net als vorig jaar wordt Nederland niet genoemd.

»
»
»