Bijna twee jaar lang hielden de media ons op de hoogte van de ontvoering van de Nederlandse hulpverlener Arjan Erkel in Dagestan. Nu, ruim een jaar na zijn vrijlating, is die ontvoering nog altijd nieuws. Dit keer draait het echter niet om Erkel zelf, maar om het losgeld dat is betaald om hem te vrij te krijgen.
Een rechter in Genève moet de komende tijd onderzoeken en uiteindelijk bepalen welke instantie opdraait voor de circa één miljoen euro aan losgeld. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken of de Zwitserse tak van Artsen zonder Grenzen (AzG), de werkgever van Erkel ten tijde van de ontvoering?
Buitenlandse Zaken spande de rechtszaak aan en eist van AzG de terugbetaling van 750.000 euro, het bedrag dat door het Nederlandse rijk was voorgeschoten om de vrijlating van de hulpverlener te bewerkstelligen. AzG was destijds niet in staat het geëiste losgeld binnen 24 uur te betalen. Wel legde de hulporganisatie zo'n 230.000 euro op tafel.
'Niet verantwoordelijk'
AzG weigert het door het rijk voorgeschoten geld terug te betalen. De Zwitserse afdeling stelt dat het niet betrokken is geweest bij de vrijlatingsonderhandelingen en dus ook niet verantwoordelijk is voor de terugbetaling van het geld. Sterker nog, het wil dat Buitenlandse Zaken 230.000 euro op de rekening van AzG stort.
De zaak is interessant omdat deze een precedent-werking kan hebben. De rechter kan namelijk ook over iets anders beslissen dan alleen de vraag wie het losgeld moet betalen, bijvoorbeeld over wie verantwoordelijk is voor het uitzenden van hulpverleners naar noodgebieden.
Omdat de zaak zeer complex is en er veel mensen moeten worden gehoord, zal het naar verwachting maanden, misschien zelf een jaar, duren voor de rechter tot een uitspraak komt.
607 dagen
Arjan Erkel werd op 12 augustus 2002 ontvoerd in de buurt van de Dagestaanse hoofdstad Machatsjkala. Hij was toen 34 jaar. Na de betaling van het losgeld kon hij na 607 dagen gevangenschap eindelijk weer terug naar huis.

»
»
»