Eind mei voerden huisartsen in heel Nederland actie. Bijna alle huisartsen deden mee. Maar waar ging het eigenlijk om?
De grieven van de beroepsgroep richten zich op het nieuwe stelsel voor ziektekosten dat de regering in 2006 wil invoeren. De huisartsen vinden dat ze er in dat stelsel, met meer marktwerking, op achteruit gaan en dat ze per patiënt minder zorg kunnen verlenen.
De kernpunten van het nieuwe zorgstelsel:
Het verschil tussen ziekenfonds en particuliere verzekering verdwijnt.
Er komt in plaats daarvan één basisverzekering voor iedereen.
Een huisarts krijgt straks een vast bedrag van 48 euro voor elke ziekenfondspatiënt in zijn praktijk. Nu is dat nog 76 euro. Die praktijkonkostenvergoeding, bedoeld voor personeelskosten, huur van de prakrijk en andere onkosten, staat los van het inkomen van de artsen.
Als compensatie voor die vermindering kan de huisarts met elk consult 7 euro extra verdienen.
Ziektekostenverzekeraars kijgen meer zeggenschap over de manier waarop artsen hun werk doen.
Kwaliteit achteruit
De huisartsen zijn vooral bang dat de kwaliteit van de gezondheidszorg achteruitgaat door de vele nieuwe regels en extra eisen waar geen vergoeding tegenover staat. Ze denken minder tijd te krijgen voor hun patiënten. Nu besteden ze gemiddeld twaalf minuten aan een patiënt, dat zou straks 5 minuten zijn.
De huisartsen zijn ook woedend over de nieuwe regel dat ze moeten gaan onderhandelen met de zorgverzekeraars over kosten voor hun praktijk. De verzekeraars krijgen zo te veel macht, vinden ze.
Maar volgens minister Hoogervorst (Volksgezondheid) krijgen de artsen in het nieuwe stelsel juist loon naar werken, en blijft zo de gezondheidszorg ook in de toekomst betaalbaar.
Deel deze pagina
»
»
»