De gulden is in 1998 bij de omwisseling naar de euro niet te laag gewaardeerd. Dat blijkt uit berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB), die minister Zalm openbaar van Financiën openbaar heeft gemaakt.
De berekeningen zijn een reactie op uitspraken van directeur Brouwer van De Nederlandsche Bank over de omwisseling. Daaruit ontstond het beeld dat de gulden te laag is ingeruild.
Het CPB zegt nu dat de gulden wel te laag is gewaardeerd vergeleken met de Duitse mark, maar niet vergeleken met het gemiddelde in het eurogebied.
Het voegt eraan toe dat zelfs al zou de gulden voor een iets lagere waarde in de euro zijn opgegaan "de gevolgen bescheiden zullen zijn geweest en gemiddeld wellicht zelfs positief".
'Indianenverhalen'
Minister Zalm, die in 1998 ook minister van Financiën was, kreeg na de uitspraken van Brouwer het verwijt dat hij de te lage instapkoers van de gulden zou hebben verzwegen en er zelfs in Tweede Kamer over te hebben gelogen.
Zalm "baalt" ervan dat mensen het idee hebben dat ze bestolen zijn bij de invoering van euro. Volgens hem is dat gebaseerd op "leugens" en "indianenverhalen". "Ik heb er goed de pest over in. Het is bijzonder onverkwikkelijk."
Hij benadrukt dat het referendum over de Europese Grondwet niks met de euro te maken heeft en hoopt dat de beroering over de instapkoers geen invloed heeft op de uitslag.
Maurice de Hond peilde voor het bekend worden van de CPB-berekeningen wat de Nederlanders vinden van de onderwaardering van de gulden.
68 Procent van de ondervraagden zegt dat die onderwaardering nadelig is geweest voor Nederland en voor hunzelf. 67 Procent neemt het Minister Zalm kwalijk dat hij de gulden te goedkoop heeft ingeruild, 29 procent doet dat niet.
Deel deze pagina
»
»
»