Celkappen, dwangbuizen en zware ijzeren boeien; ooit waren ze in de Nederlandse gevangenissen aan de orde van de dag. In het Gevangenismuseum in Veenhuizen, dat vanmiddag is geopend, herleeft de tijd van toen.
Vanaf 1600 tot 1850 kende Nederland openbare straffen, die op het schavot werden uitgevoerd. De straffen waren destijds niet mals: als gevangene werd je eerst op de pijnbank gelegd om te bekennen.
Door de jaren heen werden steeds meer veroordeelden naar tuchthuizen gestuurd en verdwenen de schavotstraffen.
Voorwerpen, verhalen over oude strafzaken en prenten vertellen over die periode. Bijzonder is de collectie authentieke historische objecten, waaronder vele hand- en voetboeien en ijzeren slaapkooien.
Bezoekers kunnen in de nagebouwde rechtszaal zelf recht spreken, even aan de schandpaal gaan staan of ervaren hoe het vroeger voelde om met rot fruit bekogeld te worden. Wie wil kan zelfs ervaren hoe het is om opgesloten te zijn in een krappe cel.
Justitiedorp
Het Gevangenismuseum is gevestigd in een carrévormig gebouw uit 1823, het jaar waarin in onontgonnen veengebied drie gestichten werden gebouwd. Rond deze gestichten ontstond Veenhuizen. Nog steeds is het dorp sterk verbonden met het gevangeniswezen.
Drie hedendaagse gevangenissen, het Tweede Gesticht en woningen met opschriften als "Helpt elkander" bepalen het beeld van het justitiedorp.
Kunst
Naast de vaste opstelling zijn er regelmatig wisseltentoonstellingen in het museum. Op dit moment worden recente kunstwerken van anonieme gedetineerden getoond.
Nu is beeldende vorming voor gedetineerden heel gewoon, maar dat was lang niet altijd zo. In de negentiende eeuw was het gevangenen zelfs verboden om iets voor zichzelf te maken. Het regime werd pas aan het begin van de twintigste eeuw wat soepeler, toen tekenen en knutselen werd toegestaan.
Deel deze pagina
»
»
»