"Wat je op dit plaatje ziet: de jongen heeft een piemel en het meisje niet." Dergelijke grappige rijmpjes en illustraties kenmerken 'Mijn eerste Van Dale', oftewel het eerste woordenboek voor kinderen van twee tot vier jaar.
De jongste Van Dale-telg bevat duizend woorden die ukjes moeten kennen voordat ze naar de basisschool gaan. De betekenis van woorden wordt aan de hand van tekeningen en versjes uitgelegd.
Zo staat bij het woord 'lammetje': "Wat springt en huppelt daar? Is het een poes, is het een aap? Welnee, het is een lammetje. Dat is een baby-schaap." Een tekening laat het beestje zien.
De versjes zijn afwisselend serieus en grappig, maar ook multicultureel, zegt Betty Sluyzer, een van de auteurs van het kinderwoordenboek. Samen met Liesbeth Schlichting, Marja Verburg en illustrator Paula Gerritsen werkte ze precies een jaar aan Mijn eerste Van Dale.
In één van de versjes gaat Abdel bijvoorbeeld "naar de crèche, de crèche bij de moskee". Maar ook Jan Peter duikt in het boek op, een ventje met een brilletje en kapsel dat opvallend veel op dat van de premier lijkt.
"De kinderen in het woordenboek vormen een goede afspiegeling van de maatschappij", aldus een woordvoerder van Uitgeverij Van Dale.
Veel versjes zijn gericht op interactie, door raadsels en vragen. Ouders en peuterleidsters worden tevens uitgedaagd gebaren of handelingen bij elk plaatje te maken.
Omdat de woorden afkomstig zijn uit de woordenschat van de kinderen zelf, leggen de allerkleinsten makkelijk een verband tussen de versjes en hun eigen leefwereld. Volgens Van Dale leren de kinderen door het vele voorlezen en nadoen uiteindelijk ook gemakkelijker zelf lezen.

»
»
»