Ruim 4,5 maand nadat Zuidoost-Azië door een allesverwoestende tsunami werd getroffen, zijn de meeste leden van het Rampen Identificatie Team (RIT) terug thuis. Vanmiddag ontmoetten ze minister Remkes van Binnenlandse Zaken en werden ze ontvangen door koningin Beatrix.
Het hoofd van het RIT, Pieter Wiersinga, werd benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Hij kreeg de onderscheiding omdat zijn team een voortrekkersrol heeft gespeeld bij de identificatie van de slachtoffers van de tsunami.
Minister Remkes spelde de onderscheiding persoonlijk op. Hij bedankte het RIT voor hun werkzaamheden in Azië. "Met deze onderscheiding wordt ook de waardering en erkenning van het voltallige RIT uitgesproken", zei de bewindsman.
Hels karwei
Het Nederlandse RIT werd na de zeebeving op 26 december 2004 in Thailand ingezet bij het identificeren van slachtoffers. Een hels karwei, zo vertelde Pieter Wiersinga, hoofd van het RIT, in talloze interviews.
"De hoeveelheden lichamen waren zo groot, dat hadden we nog nooit eerder meegemaakt", aldus Wiersinga. "Er kwamen ook steeds weer lichamen bij. Je hebt absoluut geen idee waar het ophoudt."
Ook de warmte en de gebruiken van het land speelden de RIT'ers parten. De boeddhistische tempels die de Thaise autoriteiten hadden uitgekozen om de lijken van de tsunami-slachtoffers tijdelijk te bergen, leenden zich daar niet bepaald voor.
"Die tempels waren niet echt de gunstigste locatie", vertelde Wiersinga in januari in de Gooi- en Eemlander. In korte tijd regelden de Thai echter licht en airco en kon het team van Wiersinga aan de slag.
Procedure
Per dag beschreven de leden van het RIT een zestigtal lichamen. "Eerst worden vinger- en handafdrukken afgenomen", zo schetst Wiersinga de procedure. Daarna beschrijft de technische recherche kenmerken van lichaam en kleding.
Nadat röntgenfoto's zijn gemaakt van het gebit, neemt de patholoog DNA af. Aan het eind van de procedure worden lichamen eventueel gebalsemd. Ze krijgen een nummer, gaan een kist of lijkzak in en worden in een container opgeslagen.
Hulpverleners uit andere landen hebben de RIT-methode overgenomen, volgens Wiersinga omdat "er een keiharde structuur in zit. Je kunt niets over het hoofd zien."
Einde zoek
Het RIT, opgericht in 1983, heeft een lange staat van dienst. De ploeg identificeerde lichamen bij onder meer de Bijlmer (1992) en Enschede (2000), en assisteerde ook bij de aanslagen in New York (2001) en Bali (2002).
Volgens Wiersinga was het werk in Thailand toch veruit het moeilijkst. "Bij een vliegtuigramp of treinongeluk weet je vrij snel hoeveel slachtoffers je hebt. Maar hier gingen we aan de slag zonder dat we wisten waar het einde was."
Uiteindelijk zijn 32 Nederlanders omgekomen door de tsunami, geïdentificeerd. Een vijftal landgenoten wordt nog steeds vermist.
Deel deze pagina
»
»
»