Het eerste getuigenverhoor voor de rechtbank in Den Haag over de val van de moslim-enclave Srebrenica is voor de nabestaanden teleurstellend verlopen.
Nabestaanden van de slachtoffers kregen vandaag voor het eerst de kans om vragen te stellen aan Nederlanders die betrokken waren bij de val in 1995.
Uit de verhoren moet blijken of de nabestaanden een schadeclaim kunnen indienen bij de Nederlandse staat. Volgens hen is de Nederlandse overheid medeschuldig aan de dood van 7500 moslims. Nederlandse VN-militairen konden in juli 1995 niet verhinderen dat de moslimmannen werden vermoord door het Bosnisch-Servische leger.
Vermissing
De eerste getuige aan wie vragen konden worden gesteld, was de oud-personeelsfunctionaris van Dutchbat, Oosterveen. Hij werd verhoord over de vermissing van Rizo Mustafic, die voor Dutchbat werkte als elektriciën. Zijn vrouw, dochter en zoon woonden het verhoor bij.
De nu 59-jarige Oosterveen had Mustafic en zijn gezin destijds weggestuurd van het fabrieksterrein waar Dutchbat hoofdkwartier hield en waar duizenden doodsbange moslims zich hadden verzameld na de val van de enclave. "Hij zei dat hij op de compound wilde blijven", wist Oosterveen zich te herinneren. "Ik heb gezegd dat dat niet mogelijk was en dat hij weg moest gaan."
Oosterveen wist niet dat de familie op een lijst stond van lokale mensen die samen met Dutchbat zouden worden geëvacueerd. Mustafic' vrouw en kinderen overleefden de massamoorden na de val van Srebrenica en vonden asiel in Nederland. Van de elektriciën is nooit meer iets vernomen.
Hoewel uit het verhoor duidelijk werd dat een misverstand mogelijk heeft geleid tot de waarschijnlijke dood van Mustafic, was de familie teleurgesteld over de getuigenis van Oosterveen. "De familie had meer
verwacht van dit verhoor'', zei hun advocate Zegveld. "Meneer Oosterveen herinnerde zich opvallend weinig. Dat is teleurstellend voor mijn cliënten. Bij hen staan de gebeurtenissen voor altijd in hun geheugen gegrift.''
In de komende twee maanden worden nog zes getuigen gehoord, onder wie Dutchbat-commandant Karremans, diens plaatsvervanger Franken en voormalig minister van Defensie Voorhoeve.
Gelegenheid
De getuigenverhoren kwamen overigens niet zomaar tot stand. Het gerechtshof in Den Haag besloot eind vorig jaar dat de nabestaanden het onderzoek mogen doen, nadat de rechtbank een verzoek had afgewezen.
Voor het hof speelde mee dat de nabestaanden bij eerdere onderzoeken, door het NIOD en in de parlementaire enquête, nooit de gelegenheid hebben gehad vragen te stellen aan Nederlandse politici en militairen.
Schema overige verhoren:
26 mei: De Haan (militair waarnemer van de Verenigde Naties)
9 juni: Franken (plaatsvervangend commandant Dutchbat)
16 juni: Karremans (commandant Dutchbat)
17 juni: Nicolaï (chef-staf van de VN-vredesmacht)
23 juni: Van Baal (plaatsvervangend bevelhebber van de landmacht)
30 juni: Voorhoeve (voormalig minister van Defensie)
Deel deze pagina
»
»
»