Zwitsers al 500 jaar lijfwacht paus

Paus Benedictus XVI heeft 31 nieuwe leden van de Zwitserse Garde, de traditionele lijfwacht van de paus, beëdigd. Voorafgaand aan de plechtige ceremonie zei Benedictus dat de garde al eeuwen lang pausen in staat stelt hun missies zonder zorgen uit te voeren. 

Aan hun uniformen is wel te zien dat hun bestaan diepe historische wortels heeft. De Zwitserse Garde - de lijfwacht van de pausen - stamt uit 1505. In dat jaar vraagt paus Julius II in een document tweehonderd Zwitserse hellebaardiers om de pauselijke staat te dienen.

Zijn keuze viel op de Zwitsers omdat zij bekend stonden om hun moed en loyaliteit. Eeuwen eerder had de Romeinse historicus Tacitus al gezegd: "De Helvetiërs zijn een volk van strijders, beroemd om de heldenmoed van hun soldaten."

Plunderen

Op 22 januari 1506 kwamen de eerste 150 Zwitsers aan in het Vaticaan om de stadstaat te beschermen. In 1512 kregen zij de titel "verdedigers van de vrijheid van de kerk". Ruim tien jaar later, in 1527, konden ze in actie komen en hun heldhaftigheid tonen. De Duitsers en Spanjaarden, troepen van keizer Karel V, kwamen Rome plunderen en moesten worden tegengehouden.

Tot voor het altaar van de Sint Pieter werd met man en macht getracht de kerk en de kerkvorst te beschermen. De 42 overlevende gardisten vormden een menselijk schild rond paus Clemens VII en zorgden er vechtend voor dat hij door een geheime gang kon ontkomen.

De Garde had 147 doden te betreuren, maar de plunderaars verloren zeker 800 man in het Vaticaan. De dag van deze gevechten, 6 mei, is traditioneel de dag waarop nieuwe gardisten worden ingezworen.

Toegang

De Zwitserse Garde heeft als belangrijkste taak om de paus te beschermen. De gardisten bewaken de toegangen tot Vaticaanstad en de paleizen van de Heilige Vaders.

De opvallende kledij van de Garde, geel, oranje en blauw gestreept, stamt uit de 16e eeuw. Het ontwerp wordt toegeschreven aan Michelangelo. Verder hebben de lijfwachten een hellebaard vast. Ook onder hun kleurrijke uniform bevinden zich dodelijke wapens, zo dragen ze een soort traangassproeier, automatische vuurwapens en handgranaten mee.

Aan het lidmaatschap van de Garde worden eisen gesteld: de lijfwachten moeten Zwitserse, katholieke mannen van onbesproken gedrag zijn. Bovendien mogen ze niet getrouwd zijn en van goede komaf zijn. De mannen moeten een Zwitserse militaire opleiding hebben gevolgd, tussen de 19 en 30 jaar oud zijn en langer dan 1,74 meter. Beantwoorden ze aan al deze criteria, dan mogen ze twee jaar in het corps dienen.

Bloedbad

Vanaf 1999 worden ook eisen aan de psyche van de lijfwachten gesteld, om herhaling van het bloedbad te voorkomen dat een 23-jarige gardist in 1998 aangerichtte. Hij schoot zijn commandant en diens vrouw dood en pleegde daarna zelfmoord. Volgens één lezing greep hij naar zijn wapen omdat de commandant hem voor een promotie had gepasseerd. Anderen zeggen dat hij wraak nam nadat hij ernstige vermaningen had gekregen van de commandant, omdat hij te vaak laat kwam of 's nachts weg bleef om met Romeinse vriendinnen uit te gaan.

In april 2003 werd een primeur gehaald in de Garde: voor het eerst werd een niet-blanke beëdigd. De door Zwitsers geadopteerde Dhani Bachmann, die uit India afkomstig is, mocht als lid van de gardisten twee jaar lang de paus beschermen. 

Gardist zijn is een erebaan. De functie bestaat uit vooral uit het bewaken van toegangen tot het Vaticaan en het appartement van de paus. Verder bewaren ze de orde bij publieke optredens van de paus zoals bij liturgische vieringen in de Sint Pieter en tijdens bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders aan de kerkvorst.

Daarnaast moeten de Zwitsers marcheren, schietoefeningen doen en opdraven bij inspecties en briefings. Opvallend is ook de begroeting van hun paus: om hem eer te bewijzen moeten de Gardisten voor hem knielen. Dat alles doen ze voor een schamel loontje; naar verluidt is de betaling karig.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio