Minister Donner van Justitie (CDA) zegt dat hij geen verschil van mening heeft met zijn collega Pechtold (D66) van Bestuurlijke Vernieuwing over het softdrugsbeleid.
De twee bewindslieden zouden elkaar hebben gesproken over de commotie die ontstond doordat zij tijdens afzonderlijke werkbezoeken in Limburg tegengestelde uitspraken deden.
Pechtold sprak in Venlo zijn waardering uit voor de manier waarop de lokale bestuurders de drugsoverlast in de oude wijken willen aanpakken: door het verplaatsen van coffeeshops naar de rand van de stad.
Verder pleitte hij voor Europese afspraken over de regulering van de teelt en aanvoer van softdrugs. Hij zei dat het legaliseren van softdrugs in Europa op termijn onvermijdelijk is.
Wietboulevard
Minister Donner zei in Kerkrade, na een bezoek aan Heerlen, juist niets te zien in plannen om de wietteelt in Limburg te legaliseren. Ook is hij tegen een zogenoemde "wietboulevard" aan de rand van de Limburgse steden.
In de Tweede Kamer werd verbaasd gereageerd op de verschillende uitspraken. Donner zei echter dat het "een boel commotie om niks" was. "In wezen hebben we geen verschil van inzicht."
Hij wees erop dat de legalisering van softdrugs in Europa een D66-standpunt is en dat Pechtold over de lange termijn sprak.
D66-fractieleider Dittrich verdedigde de uitspraken van Pechtold, en zei dat er wel degelijk licht zit tussen de standpunten van hem en Donner, zeker op de langere termijn.
Dittrich is het niet eens met het CDA, dat de uitlatingen van Pechtold bestempelde als een beginnersfout. "Het zou belachelijk zijn als er problemen zijn en een minister er niet over mag praten."

»
»
»