Slachtoffers Ravensbrück herdacht

In Amsterdam zijn zondag de slachtoffers herdacht van het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück.  Zestig jaar geleden werd het kamp ten noorden van Berlijn bevrijd door het Russische Rode leger. 

"Voor haar die tot het uiterste neen bleven zeggen tegen het fascisme", luidt de tekst op het monument op het Museumplein waar de herdenking ieder jaar wordt gehouden. Het Comité Vrouwen van Ravensbrück, een aantal Nederlandse overlevenden van het kamp, richtte het in 1972 op. 

Het monument moest niet alleen een gedenkteken zijn, zo stelde het Comité destijds, maar ook een waarschuwing in de richting van met name jonge mensen. "Wat wij hebben meegemaakt mag zich nooit herhalen en ook nu moet er blijvend gestreden worden tegen welke vorm van onrecht dan ook." 

Kleine barakken

Het mooie Brandenburgse landschap met haar meren, glooiende heuvels, dennen- en berkenbossen, veranderde in het voorjaar van 1939 in een ware hel, toen duizenden vrouwen en ook een aantal kinderen opeengepakt in goederenwagons naar Ravensbrück werden getransporteerd. 

Ze werden er ondergebracht in veel te kleine barakken vol met ongedierte en sliepen vaak met zijn drieën in een eenpersoonsbed, op smerige stromatrassen bedekt met uitwerpselen. 

Het was er koud en eten en kleding was er bijna niet. Als de vrouwen al een keer andere kleren kregen, dan zaten die vol luizen en waren ze veelal bevlekt met bloed, etter of ontlasting.

Al snel was duidelijk dat de vrouwen door de kampbewakers werden gezien als "Untermenschen", die ongeremd geterroriseerd mochten worden. Immers, hoe wreder de behandelingen, hoe meer kans de bewakers op promotie of hogere verdiensten hadden. De vrouwen werden mishandeld, vernederd, moesten hard werken en soms urenlang op appèl staan.  

Van de 132.000 vrouwen die in het kamp hebben gezeten, hebben 90.000 het niet overleefd. Duizenden werden meteen bij aankomst vermoord in een schietgang of door het toedienen van gifgas. Anderen stierven door onder meer ondervoeding, stelselmatige mishandelingen of medische experimenten.

'L'enfer des femmes'

In het kamp zaten krijgsgevangenen, maar de meeste gedetineerden waren burgers, vrouwen die in het verzet zaten, jodinnen, Sinti en Roma. Een kwart van de vrouwen in Ravensbrück was Pools. Omdat er eveneens veel Françaises zaten, stond het kamp ook wel bekend als L'enfer des femmes (vrouwenhel). 

In totaal hebben 900 Nederlandse vrouwen in Ravensbrück gevangen gezeten, voornamelijk afkomstig uit het verzet. De grootste groep - 652 vrouwen - arriveerde in september 1944, nadat de Duitsers waren begonnen met de ontmanteling van het concentratiekamp in Vught. De Duitsers voelden in die tijd de druk van de geallieerden groter worden en slaagden erin in twee dagen tijd alle gevangenen naar Duitsland af te voeren.  

Toen de Nederlandse vrouwen in het kamp aankwamen, was de situatie in Ravensbrück nog slechter geworden. Er was ruimtegebrek en veel vrouwen moesten buiten in de kou slapen. Met als gevolg dat ze ziek werden en dat stond sinds een bezoek van Heinrich Himmler, na Hitler de machtigste man van het Derde Rijk, gelijk aan de dood. 

Massaslachting

Omdat de Russen steeds dichterbij kwamen en het kamp mogelijk zou moeten worden geëvacueerd, gaf Himmler zijn kampbewakers eind '44 de opdracht om alle vrouwen die ziek waren of geen mars meer konden lopen, te doden. Twee 'verdelgingsexperts' uit Auschwitz werden ingezet om een massaslachting te organiseren. Vrouwen met grijze haren of opgezwollen benen werden afgevoerd naar de gaskamers. 

Terwijl een grote groep vrouwen werd overgebracht naar andere kampen, werden de meeste Nederlandse vrouwen bevrijd door het Zweedse Rode Kruis. Dat had vlak voor het einde van de oorlog toestemming gekregen van Himmler om vrouwen uit West-Europa te evacueren. De Duitsers probeerden daarmee in het gevlei te komen bij de westelijke landen. Het Rode Leger bevrijdde uitendelijk de 3000 achtergebleven vrouwen in Ravensbrück. 

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio