Een demonstratie van 10.000 Chinezen in Peking, stenen tegen de Japanse ambassade en een waarschuwing van de Chinese premier Wen Jiabao aan het adres van Tokyo. De rel om een Japans schoolboekje heeft de gespannen relatie tussen Tokyo en Peking op scherp gezet.
Het begon begin april toen de herziene druk werd goedgekeurd van een al omstreden geschiedenisboekje uit 2001. Volgens Zuid-Korea en China bagateliseren de schrijvers daarin de Japanse misdaden in de Tweede Wereldoorlog. Onder meer wordt de slachting van 300.000 burgers in de Chinese stad Nanjing een 'incident' genoemd door de nationalistische historici die achter de uitgave zitten.
Toen de Japanse regering liet weten dat het alleen iets kan doen aan feitelijke fouten in het boek en dat het aan de scholen zelf is om te kiezen welke schoolboeken ze gebruiken, barstte de bom. Duizenden Chinezen gingen in Peking en andere Chinese steden de straat op, en ook in Zuid-Korea marcheerde een legertje betogers naar de ambassade in Seoul.
Politieke dwerg
Winkelramen gingen aan diggelen en de Japanse ambassade werd bekogeld met stenen, flessen en eieren en in Seoul ging de vlag met de rijzende zon in brand. Het stalinistische Noord-Korea liet zich evenmin onbetuigd en betitelde Japan als een "vulgaire en schaamteloze politieke dwerg".
Dat de spanning zo hoog oploopt, heeft niet alleen te maken met een boekje dat maar op 0,1 procent van de Japanse scholen wordt gebruikt. Het draait om de vraag wie de lakens uitdeelt in het Verre Oosten. Chinese kranten betichten Tokyo ervan het imperialistische verleden op te hemelen, maar in Japan leeft juist de angst voor de toenemende invloed van Peking.
Japan ziet argwanend toe hoe China, met zijn snelgroeiende economie, zijn leger, wapens en vliegtuigen moderniseert en krijgshaftige taal uitslaat richting Taiwan. Enkele weken gingen tienduizenden Taiwanezen de straat op om te demonstreren tegen een nieuwe Chinese wet die het mogelijk maakt militair in te grijpen als Taiwan zich formeel onafhankelijk zou verklaren.
Excuses
Japan vindt dat het in het verleden genoeg excuses heeft aangeboden voor de oorlog. Het heeft nu zelf verontschuldigingen van de Chinese regering geëist en een vergoeding voor de schade aan het ambassadegebouw. Maar de partijleiders in China denken baat te hebben bij nationalisme onder de bevolking en wakkert die gevoelens graag een beetje aan, zolang de protesten de economische banden met Japan niet in gevaar brengen.
Peking heeft wel afstand genomen van de gewelddadigheden, maar premier Jiabao voegde er fijntjes aan toe dat Japan niet klaar is voor een plaats in de VN-Veiligheidsraad als het niet met een eerlijke blik naar zijn eigen geschiedenis kan kijken. "Alleen een land dat de geschiedenis respecteert, neemt verantwoordelijkheid voor het verleden en wint zo het vertrouwen van de mensen in Azië."
Ook Japan doet niet veel om de emoties tot bedaren te brengen. De laatste ontwikkeling is dat Tokyo is begonnen met het toewijzen van gaswinningsrechten in een deel van de Oost-Chinese Zee dat ook door China wordt geclaimd. "Het is alleen maar een procedure", probeerde premier Koizumi de Chinezen gerust te stellen. Maar in het verleden heeft Peking al vaker laten weten het geschil over de Chinese Zee hoog op te nemen.
Wapenembargo
De oplopende spanning heeft mogelijk ook gevolgen voor Europa. Het omstreden plan om het wapenembargo tegen China, ingesteld na de neergeslagen studentenopstand van 1989, op te heffen, komt op losse schroeven te staan de als Peking de confrontatie aan blijft gaan met Taiwan en Japan.
China en Japan zelf levert de wederzijdse aversie ook niet veel op. Maar er zijn in China maar een paar kranten die geen lastercampagne voeren tegen de oosterburen. En op hun webforums is het nog erger. Een van de berichtenschrijvers heeft de oplossing: "Als China de Verenigde Staten en Japan met kernwapens bestookt, zal de wereld daarna vrede kennen."

»
»
»