"Ik hoop dat we elkaar de komende zomer zullen zien en dat we dan een paardenrenwedstrijd houden", schrijft de jonge Willem van Oranje in de oudst bekende brief van zijn hand aan zijn neef Filips III van Hanau. Karel V heeft hem een paard gegeven en daarop durft hij het wel tegen zijn neef op te nemen.
Deze eerste brief, in het Duits, is onderdeel van de correspondentie van Willem van Oranje (1533-1584) die vanaf woensdagmiddag op internet te lezen is op de site van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. Prins Willem-Alexander activeerde de website dinsdagmiddag.
Dertig jaar is er gewerkt aan het verzamelen van de brieven. Ze zijn opgespoord uit meer dan tweehonderd bibliotheken en archieven in binnen- en buitenland. De meeste kwamen uit het archief van het Koninklijk Huis, maar ook Duitse archieven waren een bron van veel onbekend materiaal. Het gaat in totaal om 12.609 documenten, naast brieven ook rekesten en redevoeringen.
Met de hand
Niet allemaal zijn ze door de Vader des Vaderlands zelf geschreven: 254 werden door hem met de hand geschreven. Willem nam alleen de ganzenveer ter hand als hij aan zijn familie of vorstelijke personen schreef. Onder nog 7387 brieven stond zijn handtekening wel, maar die werden door medewerkers opgetekend. Nog eens 4969 brieven in het archief waren gericht aan Van Oranje.
Willem van Oranje schreef in het Nederlands, Duits (Oranjes moedertaal) en in het Frans (taal in hofkringen). De Franse brieven ondertekent hij met 'Guillaume de Nassau', de Duitse met 'Wilhelm, Prinz zu Uranien'.
Behalve door de verschillende talen, zijn de brieven ook vaak moeilijk te ontcijferen omdat het om handgeschreven epistels gaat. Daarom zijn alle brieven voorzien van een korte samenvatting in modern Nederlands. Op de website zijn de brieven in gescande vorm te zien. Ook staan overal kerngegevens als datum en plaats van verzending bij.
Vriend en vijand
Vooral zijn broer Jan ontving veel post van Willem. Er zijn maar liefst 424 brieven teruggevonden aan deze stadhouder van Gelderland. Niet alleen vrienden en familie, ook zijn vijanden stuurde hij brieven. Zo ook aan de Hertog van Alva, aanvoerder van de Spanjaarden. Verder correspondeerde hij onder anderen met Maria van Hongarije, Karel V en Catharina de Medici. De laatste brief van Willem die is opgenomen in het archief is een paar weken voor zijn dood in 1584 geschreven. Het epistel gaat over de bedreiging van Zutphen.
In de brieven gaat het bijna niet om nieuws of vertrouwelijke informatie, omdat brieven vaak werden onderschept door de Spanjaarden. Wel zijn de brieven soms persoonlijk getint, zoals de brief aan zijn oom om hem te bedanken voor een fijne vakantie.
Een andere persoonlijke brief is het epistel aan zijn eerste vrouw, Anna van Egmond, in het Frans. "Ik heb al vijftien dagen niets van je vernomen", schrijft hij daarin. Een romantische brief is het verder niet, de rest van het papier wijdt hij aan rekeningen waarover hij zou hebben onderhandeld met de graaf van Arenberg.
Deel deze pagina
»
»