Paus Johannes Paulus II (84) is zaterdag om 21.37 uur overleden. Woordvoerder Joaquin Navarro-Valls heeft dat bekendgemaakt.
Het nieuws leidde tot verslagenheid onder de tienduizenden gelovigen die zich op het Sint Pieterplein in Rome hebben verzameld. Velen huilden, anderen applaudiseerden uit respect voor de overleden kerkvorst.
Ook in Polen, het geboorteland van de paus, is het nieuws hard aangekomen. In de hoofdstad Warschau loeiden sirenes als teken van rouw.
Bergafwaarts
Vanaf donderdag ging het snel bergafwaarts met de gezondheid van de paus. Snel daarna werd duidelijk dat hij stervende was.
In februari was hij met ademhalingsklachten opgenomen in het ziekenhuis en kreeg hij een buisje in zijn keel om het ademen makkelijker te maken. Maar echt beter ging het daarna niet met hem.
Met Pasen was de paus niet meer in staat om zich verstaanbaar te maken, hij kon de zegen Urbi et Orbi niet uitspreken, maar verscheen nog wel even voor het raam. Sinds woensdag werd hij gevoed via een sonde in zijn neus.
Zaterdagavond vroeg meldde het Vaticaan nog in een schriftelijke verklaring dat de gezondheidstoestand van de paus onverminderd slecht bleef. Hij had sinds de ochtend hoge koorts en zakte steeds verder weg, maar zou niet in coma zijn.
Rots in branding
In een eerste reactie noemt kardinaal Simonis de paus een rots in de branding van de rooms-katholieke kerk, die hij meer dan 25 jaar in soms roerige tijden heeft geleid.
Volgens Simonis was de paus een onvermoeibaar strijder voor de menselijke waardigheid en de mensenrechten. Ook vanuit joodse kring is gereageerd.
Het Nederlands-Israëlitisch kerkgenootschap zegt dat de paus veel heeft betekend voor de toenadering tussen de katholieke kerk en het jodendom.
Woordvoerder Vis noemt twee gebeurtenissen die volgens hem van grote betekenis waren: het bezoek van de paus aan de synagoge van Rome in 1986 en zijn bezoek aan Israël in 2000.
Deel deze pagina
»
»
»