Nederland heeft afval uit het buitenland nodig om de vuilverbrandingsovens rendabel te maken. Minister Cramer past de regels aan, waardoor de installaties voortaan 'import-vuilnis' mogen verwerken.
De Nederlandse vuilverbranding kan zeven miljoen ton per jaar aan, inclusief de ovens die nog in aanbouw zijn. Dat is een miljoen ton meer dan in het binnenland wordt geproduceerd.
Oorzaak is onder meer de economische crisis. Door de afgenomen consumptie en bedrijvigheid wordt minder afval aangeboden.
Energie
Ook het overheidsbeleid draagt bij aan de overcapaciteit. Dat begon met het besluit om minder afval te storten en meer te verbranden. De stortheffingen gingen omhoog en verbrandingsinstallaties werden uit de grond gestampt.
Storten is het goedkoopst, maar ook slecht voor het milieu.
Daarbij zag Den Haag over het hoofd dat volgens Europese regels de ene verbrandingsoven de andere niet is. Installaties die bij de verbranding energie produceren, mogen afval uit andere Europese landen verstoken.
In strijd
De ovens in Nederland zijn daarvoor niet geschikt en moeten het doen met afval uit eigen land.
Binnenkort mogen ze dus dankzij de maatregel van minister Cramer op buitenlands afval draaien. Of dat ook zal gebeuren is niet zeker, want daarvoor is medewerking nodig van de exportlanden. Zonder toestemming van de Duitse overheid kan er geen vuilnis van onze oosterburen de grens over.
Dat is in strijd met een vrije Europese markt, maar Brussel is nog niet zover met de regels.
Belasting
Intussen staan de verwerkingsbedrijven er financieel slecht voor. Het tarief is met zestig euro per ton aan de lage kant en er worden zelfs stuntprijzen van veertig euro verwacht.
Een koopje waar de aandeelhouders van de verwerkingsbedrijven voor opdraaien. En dat zijn veelal de gemeenten.
Zolang andere regels uit Brussel en de ingreep van minister Cramer niet voldoende zijn, is er volgens prof. Elbert Dijkgraaf van de Erasmus Universiteit maar één oplossing: een hogere belasting op afvalverbranding.
Deel deze pagina
»
»
»