De invoering van de kilometerheffing stuit op argwaan bij automobilisten. En de autobranche zit met veel vragen. Want hoe kan het dat minder files én een schoner milieu de gemiddelde automobilist niets extra's kost? Het lijkt te mooi om waar te zijn.
Rekeningrijden heette het ooit, nu is de term 'kilometerheffing': betalen per gereden kilometer. Veel bezoekers van deze site zijn niet tegen maatregelen, blijkt op ons weblog, als dat minder files en een beter milieu oplevert.
Maar de meeste mensen zetten vraagtekens: of de kosten wel zullen uitpakken zoals ze worden voorgespiegeld, of het echt tot minder files leidt, of de privacy wel gewaarborgd is.
De kilometerheffing van minister Eurlings wordt ingevoerd in 2012 en moet voltooid zijn in 2018. De automobilist betaalt vanaf 2012 gemiddeld 3,4 cent per kilometer en dat loopt op, in 2018, tot 6,7 cent.
Een nieuwe auto wordt goedkoper, want de wegenbelasting en de aanschafbelasting (BPM) gaan verdwijnen. Bijna zestig procent van de automobilisten is goedkoper uit, zegt het ministerie.
Privacy
Een kastje in de auto registreert hoeveel kilometer je rijdt op provinciale wegen en snelwegen en tegen welk tarief. De gegevens gaan via een satelliet naar de centrale. Daarna krijgt de autobezitter een rekening in de bus.
De privacy van automobilisten lijkt niet in het geding. De informatie in het kastje is beschermd. En de overheid krijgt geen gegevens over de route van een auto. Alleen het wegtype en het aantal kilometers zijn bekend.
Spitsheffing
Naast de kilometerheffing komt er ook een spitsheffing, waardoor het autogebruik mogelijk afneemt. En dat leidt uiteindelijk tot een halvering van het aantal files, zegt het ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Het is de bedoeling dat ook buitenlanders die hier rijden gaan betalen. Maar de haalbaarheid daarvan moet nog onderzocht worden.
Deel deze pagina
»
»
»