De Britse marine heeft hulpeloos moeten toekijken hoe Somalische piraten twee Britten van hun jacht ontvoerden. Dat bevestigt het Britse ministerie van Defensie, nadat een anonieme matroos het verhaal aan de media had verteld.
Paul en Rachel Chandler werden op 23 oktober in de Indische Oceaan door piraten ontvoerd. De Britse regering meldde dat hun verlaten jacht was gevonden door een marineschip.
Nu blijkt dat een bevoorradingsschip van de marine dichtbij in de buurt was, op een gegeven moment zelfs op vijftien meter van het jacht. Het schip had een bemanning van 100 man en een helikopter aan boord, maar kon weinig betekenen voor de landgenoten.
"Dit was een gevaarlijke situatie met een hele hoop piraten die overduidelijk niet blij zijn", legt een woordvoerder van Defensie uit. "Het was een kleine boot vol brandstof, piraten met AK-47s en raketgranaten en twee mensen van middelbare leeftijd. Je moet precies weten wat je gaat doen, anders komen de gijzelaars om."
Scherpschutters
Volgens de woordvoerder moest het schip de piraten in het oog houden totdat het kon worden afgelost door een ander marineschip met scherpschutters. Omdat dat schip echter twee uur verderop was, konden de piraten ontkomen naar hun moederschip.
Defensie zegt dat uit veiligheidsoverwegingen niet alle details over de kaping werden gemeld.
De Chandlers zijn inmiddels overgebracht naar het vasteland van Somalia. Ze zijn in goede gezondheid. De piraten vragen een losgeld van 7 miljoen dollar.
Nederland blijft
Nederland doet ook volgend jaar mee aan de Europese missie tegen piraterij in Somalië. Defensie stuurt twee schepen.
Nederland doet nu aan de missie mee met het fregat 'Evertsen'. In de eerste drie maanden van volgend jaar wordt het fregat 'De Tromp' ingezet en in het tweede kwartaal het transportschip 'Johan de Witt'.
Minister Van Middelkoop noemt de missie zeer effectief. In het gebied waarin de Nederlanders opereren, is nog geen enkel schip gekaapt, zegt de minister.
Deel deze pagina
»
»
»