Oog in oog met de dood

Mensensmokkelaars in Turkije Mensensmokkelaars in Turkije Beeld: NOS

Mensensmokkelaars verleggen hun werkterrein steeds meer van Italië en Spanje naar Griekenland. Athene wordt een verzamelplaats van vluchtelingen. Ook Anita uit Afghanistan kwam er aan. Zij sprak telefonisch met de NOS over haar reis - en vooral over haar ontberingen in de handen van mensensmokkelaars.

Door redacteur Tahmina Akefi

Anita is een van de duizenden Afghanen die hun land verlaten op zoek naar datgene wat ze al jaren missen: rust en veiligheid. "Maar wat we onderweg hebben moeten doorstaan, doet de verschrikkingen in Afghanistan vergeten", zegt ze.

Samen met haar moeder en twee zusjes is ze via Iran en Turkije naar Griekenland gekomen. "De reis van Kabul naar Iran was een stedentrip vergeleken met wat ons te wachten stond," fluistert Anita.

Op het moment dat haar verhaal in Hilversum wordt getikt, staat zij te wachten op haar vlucht naar Duitsland. Om mijn vragen te beantwoorden gaat ze ergens staan waar niemand haar hoort en fluistert door de telefoon haar verhaal in mijn oor.

"Met de bus kwamen we naar Mashad (een stad in het noord-oosten van Iran, red.). Daar stonden mannen met twee auto's te wachten. Ik en mijn ene zus stapten in de eerste auto, mijn moeder en mijn kleine zusje in de tweede. Het moest zo onopvallend mogelijk gebeuren."

"Onderweg moesten we drie keer van auto wisselen. Dan stopten we ergens in een straatje, twee mannen hielden de wacht en wij gingen van de ene naar de andere auto. Met steeds een andere chauffeur en een man die op de achterbank ging zitten. Ik moest steeds naast de chauffeur zitten zodat het leek alsof we een familie waren. De vierde keer stond geen auto op ons te wachten maar een bestelbusje. En nog 36 andere mensen, bleek later toen we instapten. Of beter gezegd, geperst werden tussen de anderen die net als ons een paar spannende uren achter de rug hadden."

Angstige dagen
De volgende spannende, maar vooral angstige dagen zouden ze samen beleven. De groep van veertig man werd naar Orumiyeh, bij de grens met Turkije, gebracht.

"We gingen een parkeerplaats in. Misschien zouden we daar een uur blijven, of een dag of misschien langer. Het werd inderdaad langer. We mochten niet hard praten en naar buiten mochten we ook niet."

"Dagelijks kregen we een zak aardappelen. Een oude pan met iets dat op een oven leek, stond er al toen we aankwamen. En water in jerrycans. Na tien dagen aardappel als ontbijt, lunch en diner te hebben gehad, kwam een vrachtwagen de garage binnenrijden. We moesten snel instappen. De wagen rook vreselijk naar mest. We reden op een smalle weg door de bergen. We konden ieder moment naar beneden vallen. Je keek in het ravijn en het leek alsof je de dood in de ogen keek. "

"Ik heb voor het eerst tijdens de reis niet gedacht aan de politie en de angst gevoeld dat we gepakt zouden worden. De angst voor de dood overheerste. In de wagen werd er alleen maar geschreeuwd. De mannen stonden, de vrouwen zaten op de grond, hun hoofd in de schoot, bang om naar buiten te kijken. Bijna iedereen huilde, ook de mannen, al deden ze dat onhoorbaar. Er was een vrouw die schreeuwde dat we moesten stoppen. Ze wilde daar haar dochterje achterlaten. 'Zij mag niet in het ravijn vallen, ze mag niet doodgaan?' riep ze."

Ravijn
"Er waren ook twee minderjarigen bij. Hoe ze eerst hebben gereageerd weet ik niet meer, maar ineens werd er niet alleen gehuild en geschreeuwd, maar ook gelachen. Het waren de twee jongens die helemaal achteraan zaten. Ze waren ervan overtuigd dat we in het ravijn zouden vallen en dat het meteen ook ons massagraf zou worden. Ze wilden de laatste momenten dat ze leefden gelukkig zijn en begonnen moppen te vertellen. 'Als we dood gaan, dan maar lachend!?', zei een van hen. Na drie uur mochten we uitstappen. De uren voelden als eeuwen. Het ergste ligt achter ons, dachten we, maar niets bleek minder waar."

"Met onze koffers in de hand begonnen we door de berg te lopen. Sommige mensen stopten onderweg, maakten hun koffer open en gooiden bepaalde dingen weg om de koffer draagbaarder te maken. De berg leek over te gaan in een jungle. Inmiddels waren we uren onderweg, zonder eten en drinken. Ook mijn koffer die eigenlijk bijna leeg was voelde steeds zwaarder aan."

"Op een gegeven moment gaven we het allemaal op en en lieten de koffers achter in de jungle. Het was donker, we zagen bijna niks, alleen de silhouetten van degenen die voor ons liepen. Die volgden we, zonder na te denken. Soms struikelden mensen door de omgevallen takken en vielen in de modder, maar stonden weer op alsof er niets gebeurd was. De groep liep door, niemand keek om. Daar was geen energie voor en het gevoel was weg."

"De moeheid, honger en dorst hadden ons gevoel gedood, leek het. Het enige wat mensen nog zeiden, bijna onverstaanbaar: hoelang nog? Ik hoopte inmiddels dat we zouden worden gepakt. Misschien kwamen de agenten dan met een auto om ons ergens te brengen, al was het naar de gevangenis. Later, toen we in een huisje zaten waar we yoghurt kregen met brood, bleek dat ik niet de enige was die dat had gehoopt onderweg."

Istanbul
"Dit kamertje, waar we met veertig man zaten, aten en sliepen, leek een kasteel vergeleken met wat we achter ons hadden. Drie dagen bleven we daar. Toen kwamen weer nieuwe mannen met paspoorten. Onverwacht, zoals iedere keer als we van de ene naar de andere plek gingen. Met de bus brachten ze ons naar Istanbul."

"Voor het eerst in dagen zaten we op een normale stoel. In Istanbul bleven we tien dagen. Vandaar gingen we met een wagen die duidelijk voor het vervoer van schapen was bedoeld, naar Izmir. De vrachtwagen gaf het onderweg op. We stapten allemaal uit en moesten duwen. Maar dat hielp niet. Tien uur hebben we gewacht totdat er een bestelbusje kwam dat ons naar de kust bracht."

"Een rubberbootje stond te wachten. Als ik het niet zelf had meegemaakt, zou ik nooit geloven dat op zo'n bootje veertig mensen werden vervoerd. Door het gewicht zonk het bootje bijna. Op zee was het koud en donker. Later kwam daar regen bij. Iedereen was stil. Ik weet niet of het de onverschilligheid was of de angst die ons muisstil maakte. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik naar de dood verlangde. Het gevoel in mijn benen was verdwenen door het koude water in de boot. Het gewicht van anderen die ik op me droeg, verlamde de rest van mijn lichaam. Als er een hel bestaat, dan kan het nooit erger zijn dan de weg die wij volgden naar Griekenland."

Duitsland
Na drie uur op dit kleine rubberbootje kwam de groep aan in Griekenland. Daar werden ze meteen aangehouden door de politie. Maar volgens Anita was die niet echt geïnteresseerd in hen. Want ze namen alleen de boot in beslag en lieten de mensen gaan.

"Het was begin van de nacht. Er stond ons een tweede tocht door een jungle te wachten. En eerlijk gezegd weet ik er niet veel meer van. Op een gegeven moment ben ik gestopt met denken en onthouden. Ik weet dat we na de jungle nog even in een auto zijn gestapt en kwamen naar ons voorlopige eindbestemming: Athene."

Nu, na bijna 30 dagen, is Anita onderweg naar haar eindbestemming: Duitsland. Als ze al mijn vragen heeft beantwoord, stelt zij mij een vraag: "Hoelang doe je over zo'n stukje voor jullie site?" "Zeker twee uur", is het antwoord. "Oh, dan ben ik al in Duitsland."

Deel deze pagina

Video Mensensmokkelaars in Griekenland

NOS-Journaal volgt de vluchtelingen-route Turkije-Griekenland

Mensensmokkelaars verleggen hun werkterrein in Europa. Ze kiezen niet langer voor Spanje of Italie om illegaal de EU binnen te... komen. Steeds meer vluchtelingen maken de oversteek vanuit Turkije naar de Griekse eilanden. Tienduizenden migranten waagden daar dit jaar al hun leven. Griekenland beschuldigt Turkije ervan de almaar groeiende stroom opzettelijk door te laten op de Egeïsche zee. Maar er zijn ook bewijzen dat Griekenland vluchtelingen dumpt op Turks grondgebied. Een NOS-Journaal-ploeg volgde de vluchtelingen-route.

Reageren Rageren?

Video en Audio

Meer video en audio