Straatjeugd
NOS Door Joséphine Truijman, redacteur Onderwijs
De straatcultuur is niet langer iets wat zich alleen voordoet in de grote steden. Was het vroeger vooral een probleem van allochtone jongeren in de Randstad, tegenwoordig neemt ook de autochtone jeugd in de provincie de cultuur over.
Frank van Strijen is oprichter van 'Jeugd enzo.' en schrijver van het boek 'Van de straat, de straatcultuur van jongeren ontrafeld'. Volgens hem is straatcultuur de laatste jaren in een stroomversnelling terechtgekomen en moeten mensen leren ermee om te gaan.
Steeds meer docenten, jongerenwerkers en politieagenten worstelen met de vraag hoe ze moeten omgaan met de straatcultuur. Dat jongeren op keiharde manier met elkaar én anderen omgaan, is niet alleen op straat te merken, maar ook steeds meer in klaslokalen. En dat vereist een andere aanpak van docenten.
Verbale kracht
Volgens Van Strijen zijn er een aantal duidelijke kenmerken. Het begint al met de taal. Doekoe. Pipa. Scoro en bakra. Taal van de straat die ontstaan is uit een mengeling van Marokkaans, Antilliaans, Engels en Papiamento.
In de straatcultuur heeft taal nog een ander doel dan alleen communiceren. Het gaat erom je verbale kracht te laten zien. Je positie binnen de groep versterken. Dat leidt tot overdreven taalgebruik, zegt Van Strijen.
Zo kan een docent, zeer begrijpelijk, verschrikkelijk schrikken van een leerling die zegt "Ik ga je doodmaken," maar zoiets is bijna nooit letterlijk te nemen.
Het maakt allemaal deel uit van een typisch mannelijke houding die erg is gericht op prestatie. Het is beweeglijk gedrag waarbij conflicten worden aangegaan, een enorme geldingsdrang heerst en waarbij geen ruimte is voor twijfel.
Meisjes die in zo'n omgeving opgroeien, nemen dit gedrag over. Ze zijn er trots op de 'bitch' te zijn en vertonen haantjesgedrag op het gebied van seksualiteit. Ook de gewelddadige uitingen in taal ("Ik laat niet met me sollen, anders geef ik je een knal voor je kop") nemen ze over.
Eergevoel
Verder is eergevoel binnen de straatcultuur veel belangrijker dan eerlijkheid. Mocht er in een klas iets zijn gestolen en duidelijk zijn wie dat heeft gedaan, dan heeft het weinig zin om als docent de betreffende leerling daar direct mee te confronteren.
Wat veel beter werkt, is de leider van de groep aanspreken op z'n eergevoel, "Zeg, ik zit met een probleem. Er is wat gestolen, kun jij me helpen?" Want, zegt Van Strijen, in een situatie waarin eerlijkheid en eergevoel in conflict zijn, zal het eergevoel altijd winnen.
Deel deze pagina



»
»
»