Boogerd bekent dopinggebruik

Aangepast op
Wielrennen

Michael Boogerd heeft het gebruik van doping toegegeven.

De voormalig kopman van de Rabobank Wielerploeg bekende in een exclusief televisie-interview met NOS Sport dat hij van 1997 tot het einde van zijn carrière in 2007 gebruik maakte van epo, bloedtransfusies en cortisonen.

Boogerd erkende dat zijn grootste en meest heroïsche overwinning - de zege in de bergetappe naar La Plagne tijdens de Tour de France van 2002 - valt binnen het tijdvak waarin hij doping gebruikte. "Ik besef dat die zege in de ogen van het publiek nu misschien besmet zal zijn'', zei hij tegen NOS-verslaggever Kees Jongkind. Dezelfde schaduw ligt over zijn zege in de Amstel Gold Race van 1999.

"Gebruikte in periodes"

Boogerd zei dat hij in de bewuste tien jaren niet continu verboden middelen had gebruikt. "Het was in periodes, meestal trainingsperiodes, ter voorbereiding op wedstrijden. Ik heb ook vaak genoeg de Tour schoon gereden.''

Hij begon in 1997 met epo en nam later zijn toevlucht tot bloedtransfusies. "Epo werd te riskant. Ze konden het op zeker moment beter opsporen, daarom ging ik op zoek naar iets anders", aldus Boogerd.

"Ik heb het gedaan"

Via connecties kwam hij in Wenen terecht, bij Humanplasma, een bloedbank annex laboratorium. Boogerd daarover: "Ik heb het gedaan. Ik ben naar Wenen gevlogen en heb daar gebruik gemaakt van bloedtransfusies. Ik liet bloed afnemen met het doel het later weer in te brengen. Punt."

Boogerd is de achtste oud-wielrenner van Rabobank die het gebruik van doping opbiecht. Waar veel van zijn vroegere ploeggenoten teamarts Geert Leinders aanwezen als adviseur en verstrekker van de dopingproducten hield Boogerd zich op de vlakte. "Ik noem geen namen. Ik heb me goed laten informeren en ben vervolgens zelf op zoek gegaan. Het was mijn verantwoordelijkheid, mijn keuze." Epo haalde Boogerd naar eigen zeggen ook gewoon in Nederland.

Geen namen

Boogerd ging op geen enkel moment in op namen en wenste evenmin in detail te treden over mogelijke dopingnetwerken en systemen. "Ik praat voor mezelf en niet over anderen", zei hij enkele keren. Met bekende dopingdokters als Francesco Conconi, Michele Ferrari en Eufemiano Fuentes had hij naar eigen zeggen nooit contact gehad.

Boogerd bevestigde wel contact te hebben gehad met Stefan Matschiner, de spil binnen het Weense dopingnetwerk. Op eerdere uitspraken van Matschiner dat zes Nederlanders uit twee verschillende takken van sport cliënt waren in Wenen, ging Boogerd niet in. "Ik ben alleen naar Wenen gegaan."

"Vanzelfsprekendheid"

Tijdens zijn bekentenis schetste Boogerd een beeld van de wielercultuur in de jaren '90. In dat klimaat was doping welhaast een vanzelfsprekendheid. "Je staat op zeker moment voor een duivels dilemma." Boogerd vertelde over de Waalse Pijl van 1994, toen drie renners van de Italiaanse formatie Gewiss de rest van het peloton kleineerden.

In de jaren daarna ving Boogerd in het peloton steeds vaker signalen op over praktijken waarmee de concurrentie zich bezighield. Boogerd: "Ik wilde meedoen in de top. Het jaar 1997 was voor mij het keerpunt, toen heb ik de keuze gemaakt."