Britten betalen martelslachtoffers

Aangepast op
Buitenland

Het Britse ministerie van Defensie heeft al meer dan 17 miljoen euro uitgekeerd aan ruim 200 Irakezen die zeggen te zijn gemarteld na de laatste Golfoorlog, toen de Britten het zuiden van Irak onder hun gezag hadden.

Dat meldt de krant The Guardian. Het totaalbedrag van de schadevergoedingen zal waarschijnlijk nog aanzienlijk hoger uitkomen, omdat vele honderden claims van Irakezen nog moeten worden bekeken.

Het ministerie benadrukt grondig onderzoek te doen naar iedere beschuldiging van marteling. Het stelt dat de meerderheid van de Britse militairen zich tijdens de vijf jaar durende bezetting van Zuid-Irak vanaf 2003 "volgens de hoogste norm van integriteit" heeft gedragen.

Bewust beleid

Volgens advocaten en mensenrechtengroeperingen was er echter geen sprake van individuele misdragingen, maar van bewust beleid waar de militairen tijdens hun training al voor waren klaargestoomd. Irakezen die verdacht werden van gewapend verzet tegen de bezetting zouden onder meer zijn geslagen, bedreigd en voldoende slaap zijn onthouden.

Abu Graib

Een geheim ondervragingscentrum functioneerde daarbij als een 'Brits Abu Graib', een verwijzing naar de gevangenis in Irak waar de Amerikanen gedetineerden vernederden.

Veel van de gewelddadige ondervragingen in het centrum zijn gefilmd door de ondervragers zelf.