Zaak 'Zes van Breda' moet over

Aangepast op
Binnenland

Drie mannen en drie vrouwen die jarenlang hebben vastgezeten voor de moord in 1993 op de eigenares van een Chinees restaurant in Breda, hebben mogelijk onterecht in de gevangenis gezeten. De Hoge Raad heeft bepaald dat het gerechtshof in Den Haag de strafzaak opnieuw moet behandelen.

De drie mannen en drie vrouwen worden ook wel de 'zes van Breda' genoemd. Het hof in Den Bosch veroordeelde de mannen tot een celstraf van 10 jaar. De vrouwen werden veroordeeld voor medeplichtigheid.

Verklaringen

Het waren vooral de verklaringen van de vrouwen die de basis vormden voor de straffen. Maar die verklaringen waren tegenstrijdig en onbetrouwbaar, concludeerde een groep studenten onder leiding van rechtspsycholoog Peter van Koppen en criminoloog Han Nelen.

Een van de veroordeelde mannen, die vlak voor de eeuwwisseling vrijkwamen, was naar Van Koppen gegaan om zijn verhaal te doen.

Herziening

Advocaat-generaal Diederik Aben van het Openbaar Ministerie nam het oordeel over en vroeg zelf om herziening van de moordzaak uit 1993.

Het was voor het eerst dat een advocaat-generaal dat zelfstandig deed. Normaal dient een advocaat of een veroordeelde een herzieningsverzoek in.

Dwaling

Het gerechtshof in Den Haag moet nu bekijken of er fouten zijn gemaakt bij de veroordeling van de 'Zes van Breda'.

Als het hof oordeelt dat er inderdaad fouten zijn gemaakt, is de veroordeling mogelijk een van de grootste gerechtelijke dwalingen uit de Nederlandse geschiedenis.