SCP: uitzendbureaus discrimineren

Aangepast op
Economie

Turkse, Surinaamse en Antilliaanse werkzoekenden krijgen nog altijd veel minder snel een baan via een uitzendbureau dan autochtonen. Dat staat in 'Op Achterstand', een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Om twee banen aangeboden te krijgen, zijn voor een autochtoon gemiddeld vier bezoeken aan een uitzendbureau genoeg. Een allochtoon heeft voor hetzelfde aanbod zeven bezoeken nodig. De gemiddelde kans op een baan is voor een autochtoon 1,6 keer zo groot als voor een allochtoon, zeggen de onderzoekers.

Het SCP onderzocht de uitzendbranche met mystery guests: twintig acteurs legden 460 bezoeken af aan uitzendbureaus. Zij kregen vrijwel hetzelfde cv mee en hadden antwoorden op de meestgestelde vragen uit hun hoofd geleerd. De acteurs spraken accentloos Nederlands en hadden hetzelfde voorkomen: nette kleding, rustige tred, goede manieren en geen opzichtige sieraden.

Onderscheid

Uit het onderzoek kwam naar voren dat Marokkaanse Nederlanders evenveel kans op een baan hebben als autochtone Nederlanders. Volgens de onderzoekers komt dat doordat werkgevers juist een heel negatief beeld hebben van die groep. Omdat de Marokkaanse acteur niet in dat plaatje paste en representatief overkwam, werd hij positiever beoordeeld dan de Turkse, Surinaamse en Antilliaanse acteurs die het SCP gebruikte.

Het onderzoek (.pdf) richtte zich op jongeren van 22 en 23 jaar. Bij vrouwen werd minder op afkomst gelet dan bij mannen. "Niet-westerse vrouwen worden wellicht gezien als betrouwbaarder en ambitieus, terwijl migrantenmannen als bedreigender worden gezien", schrijven de onderzoekers.

Vooral Turkse, Surinaamse en Antilliaanse werkzoekenden maken minder kans op een baan. Marokkaanse Nederlanders maken evenveel kans als autochtone Nederlanders, constateert het SCP. Bij online sollicitaties maken uitzendbureaus in de eerste fase van de selectie geen onderscheid naar achtergrond. "Dan lijkt vooral te worden geselecteerd op kerncompetenties."

Discriminatie?

Volgens onderzoeker Iris Andriessen is het lastig om de oorzaak van discriminatie bij persoonlijk contact vast te stellen. "Het onderzoek legt geen mechanismen bloot. We weten uit eerder onderzoek dat werkgevers een voorkeur hebben voor autochtone sollicitanten. Uit ander onderzoek weten we dat uitzendbureaus bereid zijn om toe te geven aan verzoeken van werkgevers om liever een autochtoon te selecteren, of om andere groepen uit te sluiten."

"In eerste instantie zou het kunnen liggen aan wat intercedenten menen dat werkgevers liever willen. Een tweede oorzaak zou kunnen zijn dat het beeld van bepaalde groepen ongunstiger is, dus dat de inschatting van het risico groter is bij niet-westerse groepen. Ook weten we dat discriminatie samenhangt met de conjunctuur. Als het slechter gaat met de economie, wordt er meer gediscrimineerd", zegt Andriessen.

Het SCP stelde 'Op Achterstand' op in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de werkgevers en werknemers.