'Gerichte aanpak mensenhandel'

Aangepast op
Binnenland

Nederlandse gemeenten moeten beter met elkaar samenwerken om mensenhandel tegen te gaan. Die aanbeveling doet de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen.

Burgemeesters zijn onmisbaar in de aanpak van mensenhandel, maar zien dat zelf nog niet voldoende in. Dat is de kernboodschap van rapporteur Corinne Dettmeijer.

Ze overhandigde vandaag haar onderzoek aan voorzitter Jorritsma van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De aanbevelingen in het rapport zijn gebaseerd op onderzoek in vier verschillende gemeenten: Arnhem, Eindhoven, Vlaardingen en Emmen.

Aanpak verschilt

Mensenhandel kan in iedere gemeente in Nederland voorkomen. Maar niet elke gemeente is zich daarvan bewust, staat in het rapport.

Volgens Dettmeijer verschilt de aanpak van mensenhandel nu te veel op lokaal en regionaal niveau. Daardoor is de aanpak niet altijd effectief.

Eén van de maatregelen om die diversiteit tegen te gaan, is het voorstel voor de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (Wrp).

Die wet voorziet in een beleidskader dat voor heel Nederland geldt. "Het mag niet zo zijn dat mensenhandelaren uitwijken naar een andere gemeente om daar te profiteren van een niet-bestaand of zwak toezicht", staat in het rapport.

Loverboy

Ook de invoering van de Nationale Politie kan volgens de rapporteur eenheid brengen in de bestrijding van criminaliteit. Dat betekent overigens niet dat lokale en regionale samenwerking daardoor minder belangrijk is, waarschuwt Dettmeijer.

Verder wil Dettmeijer meer aandacht voor het lot van de slachtoffers. "Een meisje dat slachtoffer is geworden van een loverboy in de Randstad, wil misschien graag terug naar haar veilige omgeving in Limburg". Die hulp moet daar dan wel geboden kunnen worden, aldus de rapporteur.