Keihard rapport over Amarantis

Aangepast op
Binnenland

Bij scholengroep Amarantis faalde de afgelopen jaren niet alleen het bestuur, maar ook het toezicht. Die conclusie trekt de commissie die onderzoek deed naar de financiële problemen bij de instelling voor mbo-studies en voortgezet onderwijs in het noorden van de Randstad.

Uit het conceptrapport dat zaterdag uitlekte, bleek dat de top van Amarantis zichzelf verrijkte en incapabel was. De directieleden en hun adviseurs hadden ieder twee lease-auto's van de zaak, een vaste ov-vergoeding en taxivergoedingen. Een van de adviseurs zou jaren op de loonlijst hebben gestaan, zonder dat hij nog iets deed voor Amarantis. Zelf ontkent hij dit in een e-mail aan de NOS.

Nader onderzoek

In het eindrapport (.pdf) zijn de "signalen van vermeende onregelmatigheden" niet meer opgenomen. De commissie heeft ze apart aan minister Bussemaker gemeld en gevraagd nader onderzoek te doen. Mogelijk worden de betrokken bestuurders en adviseurs daarvoor nog strafrechtelijk vervolgd.

De kern van de financiële problemen ligt volgens de commissie bij de fusie van de zestig scholen in 2007. Er werd vooral gekeken naar de inhoud van het onderwijs, naar het behoud van banen en naar de christelijke identiteit. Op de financiën, het bestuursmodel en de organisatie werd onvoldoende gelet.

Scherpere eisen

De commissie laat weinig heel van de manier waarop Amarantis werd bestuurd en gecontroleerd. De raad van toezicht was ineffectief, het college van bestuur bezat niet de juiste competenties, de accountant was niet kritisch genoeg en de onderwijsinspectie onderkende de ernst van de situatie onvoldoende. Daarnaast bleven de problemen lange tijd onbekend bij het ministerie van Onderwijs.

De commissie vraagt zich af of er wel voldoende grip is op scholengroepen met zo'n enorme omvang als Amarantis en of het gerechtvaardigd is om bestuurders zo veel autonomie te geven. Er moeten scherpere eisen gesteld worden aan de kwaliteit van bestuurders en toezichthouders, is de conclusie van de onderzoekers. De commissie vindt niet dat grote scholengroepen geen bestaansrecht hebben, maar wil er wel een discussie over op gang brengen.