Koning opent Holocaustmuseum

Aangepast op
Koningshuis

Koning Albert heeft het vernieuwde Holocaustmuseum in Kazerne Dossin in Mechelen officieel geopend. In de kazerne zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden ondergebracht die later naar vernietigingskampen gedeporteerd werden.

De Vlaamse regering trok 25 miljoen euro uit om de kazerne als museumcomplex opnieuw in te richten. Naast een museum is er ook een documentatiecentrum en een herdenkingsplek.

Doorgangskamp

Het museum vertelt het verhaal van de Holocaust in België. "Op deze manier willen we laten zien dat dit verhaal voor ons historisch erg belangrijk is", liet premier Peeters eerder weten.

Ook de hedendaagse discriminatie, schendingen van mensenrechten en genocide komen aan bod in het museum. "We willen ook bijdragen tot de studie en bezinning over mechanismen van uitsluiting, onverdraagzaamheid en racisme in de samenleving, en tot versterking van de democratie", zei de premier.

De kazerne in Mechelen werd vanaf juni 1942 gebruikt als doorgangskamp van de SS (SS-Sammellager Mecheln). Bijna 25.000 Joden en 350 zigeuners werden van daaruit naar vernietigingskampen, voornamelijk Auschwitz in Polen, vervoerd. Onder hen ook Nederlanders die in België woonden. 1240 gedeporteerden overleefden de Tweede Wereldoorlog.

Nagedachtenis

Medestichter van het museum is Natan Ramet. Als 17-jarige verbleef hij tijdens de oorlog acht dagen in de Dossinkazerne, voordat hij met zijn vader naar het oosten werd gedeporteerd. Zijn moeder en zusje konden onderduiken en bleven ongedeerd; zijn vader overleed in de buurt van Auschwitz.

Natan Ramet verbleef in elf kampen, waaronder Auschwitz, Warschau en Dachau. Na terugkomst in België zette hij zich in voor de nagedachtenis aan de Holocaust. Hij deed dat onder meer door de oprichting van het museum in 1996, waarvan hij jarenlang voorzitter was. Ramet overleed in april van dit jaar.

Op zaterdag 1 december opent het museum voor het publiek.