Moordaanklacht tegen nazi Bruins

Aangepast op
Binnenland

De Nederlandse oorlogsmisdadiger Siert Bruins (91) is in Duitsland opnieuw aangeklaagd voor moord. Het Openbaar Ministerie in Dortmund wil Bruins vervolgen voor de moord op een verzetsstrijder in 1944.

Bruins zou de Nederlander toen samen met een collega van de Sicherheitsdienst hebben doodgeschoten op een fabrieksterrein bij Appingedam. Later zeiden Bruins en de collega dat de verzetsstrijder was omgekomen bij een vluchtpoging. De collega is inmiddels overleden.

Doodvonnis

Na de oorlog werd Bruins in Nederland bij verstek ter dood veroordeeld, maar hij ontkwam en vluchtte naar Duitsland. Daar woont hij nog steeds. In 1980 werd Bruins er veroordeeld voor de moord op twee Joodse broers. Daarvoor zat hij vijf jaar vast.

Duitsland weigerde om Bruins voor andere zaken te vervolgen. In juli startte het OM toch weer een onderzoek naar de Nederlander. Met assistentie van de Nederlandse politie is onderzoek gedaan op de plaats delict en is een getuige gevonden die bij de moord aanwezig was. Die getuige is nog niet eerder gehoord. Volgens het Duitse OM ondersteunt zijn verklaring de aanklacht tegen Bruins.

Gezondheid

Bruins en zijn advocaat hebben twee weken om op de aanklacht te reageren. Daarna beslist de rechtbank in Hagen of de zaak wordt geopend. Het OM verwacht daarover begin volgend jaar een besluit.

De gezondheid van Bruins is nog niet onderzocht. Het OM denkt dat de Nederlander fit genoeg is om terecht te staan.