IGZ schorst cardiologen Ruwaard

Aangepast op
Binnenland

De Inspectie voor de Gezondheidszorg verbiedt de vier cardiologen van het Ruwaard van Puttenziekenhuis in Spijkenisse om nog zorg te verlenen. Dit betekent dat zij ook geen poliklinisch werk meer mogen doen.

Het besluit werd gistermiddag van kracht. Het ziekenhuis wist dat deze maatregel eraan zat te komen en besloot daarom dinsdag al om de cardiologie-polikliniek te sluiten.

Onaangekondigd bezoek

Uit de correspondentie met het ziekenhuis blijkt dat de IGZ al langer op de hoogte was van problemen op de cardiologie-afdeling. Tijdens een onaangekondigd bezoek op 26 september werden inspecteurs hierover geïnformeerd.

Zo werd er binnen de afdeling onvoldoende geëvalueerd, was de complicatieregistratie onvolledig en verliep de overdracht van patiënten niet gestructureerd. Ook schoot de communicatie met huisartsen tekort, waardoor zij belangrijke informatie over de patiënten niet te horen kregen.

Vermijdbare fouten

Op grond van deze bevindingen werd op last van de IGZ een onafhankelijk onderzoek ingesteld. Hierbij zijn 51 patiëntendossiers tegen het licht gehouden. Zo werd onder meer duidelijk dat er bij een aanmerkelijk deel van de patiënten vermijdbare fouten waren gemaakt.

Op grond van de uitkomsten besloot het ziekenhuis op 13 november om de klinische cardiologie-afdeling te sluiten. De vier cardiologen bleven aan het werk op de cardio-polikliniek.

Acuut gevaar

De IGZ vond dit, gezien het "acute en ernstige gevaar voor de patiëntveiligheid", ongewenst. Daarom is besloten om de vier cardiologen op non-actief te zetten voor minimaal zeven dagen. Deze periode kan door de minister van Volksgezondheid worden verlengd.

Het Ruwaard van Puttenziekenhuis streeft ernaar om de polikliniek en de cardiologie-afdeling zo snel mogelijk weer open te stellen. Hiervoor worden nieuwe cardiologen aangezocht. Dat zou betekenen dat de geschorste cardiologen niet kunnen terugkeren.

Of de problemen op de cardiologie-afdeling tot onnodige sterfgevallen hebben geleid wordt nog onderzocht. Bestuursvoorzitter Van Zoelen zei zaterdag tegen de NOS dat mogelijk vijftien hartpatiënten eerder zijn overleden dan nodig was.