30 doden bij aanslagen Pakistan

Aangepast op
Buitenland

Bij bomaanslagen in drie Pakistaanse steden zijn dertig doden gevallen. De bloedigste aanslag was in Rawalpindi, bij een religieuze optocht ter gelegenheid van de sjiitische rouwmaand Muharram. Daarbij vielen 23 doden.

Een zelfmoordenaar viel de processie rond middernacht aan. De politie wilde voorkomen dat de man zich aansloot bij de sjiieten, maar de man rende voorbij de politie en liet zijn bomgordel ontploffen.

De man droeg ook granaten bij zich, die ook ontploften. De explosie sloeg een gat in de muur van een moskee. Zeker zestig mensen raakten gewond.

Karachi

Eerder vielen in Karachi ook doden bij aanslagen. Daar kwamen drie mensen om toen twee bommen explodeerden bij sjiitische doelen. In de stad Quetta vielen bij een aanslag vijf doden.

Nog niemand heeft de verantwoordelijkheid opgeëist. De afgelopen maanden zijn aanslagen op sjiieten in Pakistan opgeëist door extremistische soennitische groeperingen die banden hebben met al-Qaida. Die groeperingen vinden dat sjiieten geen echte moslims zijn.

Topconferentie

De aanslagen werden gepleegd aan de vooravond van een topconferentie in Rawalpindi. Pakistan, Iran, Egypte, Turkije, Indonesië, Maleisië, Nigeria en Bangladesh spreken daar over het stimuleren van de handel en investeringen. Sommige staatshoofden waren al in Rawalpindi.

De Pakistaanse minister Malik van Binnenlandse Zaken zegt dat de aanslagen zijn bedoeld om de indruk te geven dat de regering, die gesteund wordt door de Verenigde Staten, geen stabiliteit kan brengen.

Optocht

De Pakistaanse regering houdt rekening met nog meer aanslagen het komende weekeinde. Dan bereikt de Muharram-maand zijn hoogtepunt met Asjoera, waarop de sjiieten de dood herdenken van de kleinzoon van de profeet Mohammed. In het verleden waren er in die dagen vaak aanslagen door soennitische groepen.