Zaak Marianne Vaatstra: de feiten

Aangepast op
Binnenland

Dertien jaar na de moord op de 16-jarige Marianne Vaatstra uit Friesland, lijkt de zaak te zijn opgelost. Naar aanleiding van een dna-verwantschapsonderzoek heeft justitie een verdachte aangehouden. Een doorbraak waar iedereen op hoopte, maar die soms ver weg leek.

In de vroege ochtend van 1 mei 1999 wordt in een weiland bij het Friese Veenklooster het lichaam gevonden van de 16-jarige Marianne Vaatstra uit Zwaagwesteinde. Ze is verkracht en vermoord. Marianne was die nacht op de fiets vertrokken uit een discotheek in Kollum waar ze Koninginnedag had gevierd. Belangrijk is dat er sperma op haar lichaam wordt gevonden. Ze heeft verwondingen aan haar nek.

Aanvankelijk richt de politie zich in het onderzoek op asielzoekerscentrum Poelplaats in Kollum, nog geen kilometer van de plaats waar het lichaam van Marianne is gevonden. Twee asielzoekers die kort na de moord zijn verdwenen, worden na een zoektocht aangehouden. Het gaat om een Irakees en een Afghaan, die zich respectievelijk ophouden in Turkije en Groot-Brittanniƫ. Dna-onderzoek wijst echter uit dat ze niets met de moord te maken hebben.

Principieel onjuist

In 2000 roept justitie 150 mannen op om dna af te staan. Het gaat om personen uit de kennissenkring van Marianne, personen uit de buurt die voorkomen in politiedossiers en mannen die ooit een zedenmisdrijf hebben gepleegd. Het onderzoek levert geen match op.

In hetzelfde jaar wordt geopperd om 20.000 mannen in een straal van 15 kilometer van Kollum vrijwillig mee te laten doen aan een dna-onderzoek. Hoewel een dergelijk onderzoek in Duitsland succesvol is geweest, wil het Openbaar Ministerie er niets van weten. Volgens justitie is zo'n onderzoek principieel onjuist, omdat het niet specifiek gericht is op verdachten.

Er wordt een kort geding aangespannen om het onderzoek door te laten gaan, maar de rechter wijst het verzoek af. De familie van Marianne is erg teleurgesteld.

3D-team

De moord op Marianne komt in de jaren erna nog herhaaldelijk in het nieuws. Een doorbraak blijft uit: verdachten worden opgepakt en weer vrijgelaten. Rechercheteams worden opgezet en weer ontbonden.

In 2007 wordt besloten een speciaal team op de zaak te zetten. Dit zogeheten 3D-team bekijkt de zaak helemaal opnieuw en komt onder meer tot de conclusie dat Marianne niet om het leven is gekomen doordat haar keel is doorgesneden, zoals steeds werd gedacht, maar dat ze is gewurgd met haar eigen bh.

Nieuwe aanwijzingen duiden er ook op dat Marianne haar belager zeer waarschijnlijk kende en dat hij uit de buurt komt. Zo wordt in de tas van Marianne een aansteker gevonden. Het dna op de aansteker komt overeen met het dna dat is gevonden op Mariannes lichaam. Bovendien wijzen tips erop dat de aansteker in de buurt gekocht is. Tot een arrestatie komt het echter nog niet.

Dna-verwantschapsonderoek

In een laatste poging om erachter te komen wie Marianne heeft vermoord, wordt een dna-verwantschapsonderzoek gehouden. Daarbij wordt dna van de persoon die dat heeft afgestaan met dat van familieleden vergeleken. Dergelijk onderzoek is pas sinds eind maart geoorloofd. Omdat de dader waarschijnlijk uit de buurt komt, leent deze coldcasezaak zich uitstekend voor een verwantschapsonderzoek.

Justitie roept 8080 mannen op om vrijwillig dna af te staan. Het gaat om mannen die in 1999 binnen een straal van 5 kilometer rondom de plaats van het misdrijf woonden en toen tussen de 16 en 60 jaar oud waren. 90 procent van de opgeroepen mannen werkt aan het onderzoek mee.

Enkele maanden later, op 19 november, wordt bekend dat er een verdachte is opgepakt, een 45-jarige man uit Oudwoude. Dat dorp ligt op zo'n 8 kilometer van Zwaagwesteinde, waar Marianne woonde, en op een paar kilometer van de plek waar haar lichaam destijds werd gevonden.

Bauke Vaatstra, de vader van Marianne, noemt de uitkomst "onvoorstelbaar". "In eerste instantie denk je: dat kan niet, want het is al 13 jaar geleden en nu ineens krijg je op een zondagavond om een uur of elf het bericht: we hebben hem", zegt Vaatstra.