Nieuwe eisen in Groningse hiv-zaak

Rechtbank in Groningen»
Rechtbank in Groningen ANP

In de nieuwe behandeling van de Groningse hiv-zaak zijn in hoger beroep straffen van 9,5 en 6,5 jaar geëist. Twee jaar geleden werden de twee verdachten veroordeeld tot respectievelijk 12 en 9 jaar celstraf vanwege van het opzettelijk besmetten van anderen met hiv.

De eis valt lager uit omdat niet in alle gevallen kan worden vastgesteld dat het daadwerkelijk om opzettelijke besmetting gaat.

De Groningse hiv-zaak moest worden overgedaan omdat de Hoge Raad in maart van dit jaar oordeelde dat de bewijsvoering ondeugdelijk was.

In 2010 achtte het hof in Leeuwarden Peter M. en Hans J. schuldig aan het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan vijf mannen. De vijf bezochten seksfeesten bij M. en J. en werden daar gedrogeerd en ingespoten met hiv-besmet bloed.

Niet omstreden

De rechter achtte bewezen dat de vijf slachtoffers op die manier besmet waren geraakt met hiv. Maar de Hoge Raad wilde in de cassatiezaak niet uitsluiten dat de vijf besmet waren geraakt door onbeschermde seks. Dit nieuwe proces moet daar duidelijkheid over verschaffen.

De advocaat -generaal betoogde vandaag dat bij twee van de vijf slachtoffers een verband bestaat tussen de injecties en de hiv-besmetting. Bij de overige drie zou sprake zijn van 'poging tot zware mishandeling', waarbij het directe verband niet kan worden gelegd.

Niet alle feiten uit de oude zaak worden opnieuw behandeld in deze tweede beroepszaak. De advocaat-generaal heeft de rechter een strafmaat voorgesteld voor de feiten die niet omstreden zijn. Als die opgeteld wordt bij de nieuwe eisen van vandaag, komt de gevraagde celstraf uit op respectievelijk 11 en 7,5 jaar.

M. die de feesten zou hebben georganiseerd, zit nog altijd vast. J. kwam dit voorjaar na bijna 5 jaar cel op vrije voeten.

Deel deze pagina

Video en Audio

Meer video en audio