Oppositie bespreekt koopkracht

Aangepast op
Politiek

De oppositiepartijen PVV, SP, CDA en D66 bespreken vanochtend hoe ze verder omgaan met de discussie over de koopkracht. Al dagen is er commotie over de gevolgen voor de koopkracht van de maatregelen in het regeerakkoord. Het gaat daarbij tot nu toe vooral over de effecten van de inkomensafhankelijke zorgpremie.

Gisteren eiste de oppositie duidelijkheid over de koopkracht. Als de partijen niet uiterlijk morgen helderheid hebben, heeft het volgens hen geen zin om donderdag het Kamerdebat over de regeringsverklaring te houden. Premier Rutte zei gisteren dat middeninkomens er de komende kabinetsperiode minder dan 4 procent op achteruit gaan en mensen die meer dan 100.000 euro verdienen, gemiddeld maximaal vier.

'Blamage'

PVV, SP, CDA en D66 vinden de effecten nog steeds onduidelijk. PVV-leider Wilders herhaalde vanochtend dat hij concrete voorbeelden wil, geen globale berekeningen. Volgens hem is het een blamage als het kabinet niet weet dat sommige groepen er honderden euro's per maand op achteruit gaan. Hij vindt dat het kabinet er omheen draait.

Ook volgens SP-leider Roemer wil iedereen weten waar hij aan toe is. "Het kabinet strooit met beleidsuitgangspunten en we willen weten wat het betekent voor doelgroepen". CDA-leider Buma en D66-voorman Pechtold lieten zich in soortgelijke bewoordingen uit.