»
Tiende etappe: Mãcon - Bellegarde-sur-Valserine
letour.fr Na de rustdag van dinsdag rijden de renners het hooggebergte in. Met de Col du Grand Colombier staat de eerste beklimming van buitencategorie op het programma.
Het zijn nog niet de Alpen of de Pyreneeën, maar de drie cols die in de tiende etappe bedwongen moeten worden, liggen in de Jura, in het midden-oosten van Frankrijk.
In de 194,5 kilometer tussen Mâcon en Bellegarde-sur-Valserine moet het peloton eerst de Corlier (tweede categorie, top op 104,5 kilometer van de finish) over, alvorens de karavaan de Colombier (op 43 kilometer van de finish) en de Col de Richemond (derde categorie, op 20,5 kilometer) tegen komt.
Debuut in Tour
De Colombier maakt net als aankomstplaats Bellegarde-sur-Valserine zijn debuut in de Tour. Het is een klim van 17,4 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 7.1. De topdrie van het huidige klassement kent de klim echter al wel; in de vijfde etappe van het Criterium Dauphiné, op 8 juni 2012, werden de renners er ook overheen gestuurd. Een ontsnapping hield toen stand met Arthur Vichot (FDJ) als ritwinnaar. Na hem kwam een groep van 43 renners - onder wie Bradley Wiggins, Cadel Evans en Chris Froome - op 59 seconden binnen.
Mâcon
Mâcon werd al vier keer opgenomen in het routeschema, alle keren als finishplaats. De laatste keer dat de Tour de stad aan de Saône aandeed, was in 2006. Destijds won Matteo Tosatto de rit.
Precies vijftien jaar geleden, op 11 juli 1997, won Jeroen Blijlevens de zesde etappe in de Tour. Hij kwam echter niet als eerste over de finish. Dat was Erik Zabel, maar de Duitser werd later gediskwalificeerd.