»
Geert Wilders
NOS Een rechtszaak over een doodsbedreiging aan het adres van PVV-leider Geert Wilders moet over. De Hoge Raad vindt dat het gerechtshof in Den Haag onvoldoende heeft uitgelegd, waarom een Rotterdamse rapper in 2010 daarvoor werd vrijgesproken.
De zaak van rapper Mohammad B. dateert uit 2007. In augustus van dat jaar werd een filmpje op YouTube geplaatst, met een raptekst die tegen Wilders was gericht. Als hij wil blijven leven moet Wilders uitspraken terugnemen, zei B., anders is hij de volgende. Ook gebruikte hij de woorden "kop afhakken".
Onvoldoende uitleg
Bij de behandeling voor het hof in 2010 werd B. vrijgesproken. Volgens het hof had Wilders zich bedreigd gevoeld door de combinatie van tekst met beeld en geluid. Omdat niet vaststond dat B. de tekst op YouTube had gezet, achtte het hof vrijspraak op zijn plaats.
De Hoge Raad vindt dat het hof onvoldoende heeft uitgelegd waarom B. niet uitsluitend op basis van de tekst kon worden veroordeeld.
Deel deze pagina
»
»
»