Juristen bezorgd over Suriname

Aangepast op

De internationale juristenorganisatie ICJ maakt zich zorgen over het besluit van de Surinaamse krijgsraad om de strafzaak over de Decembermoorden op te schorten.

De krijgsraad wil eerst duidelijkheid over de vraag of de Amnestiewet die onlangs is aangenomen, in strijd is met de Grondwet van Suriname. De vraag wordt voorgelegd aan de Auditeur-Militair, die het Openbaar Ministerie vertegenwoordigt. Bij de beantwoording van de vraag wordt ook een nog op te richten constitutioneel hof betrokken.

Pas als er een uitspraak ligt, besluit de krijgsraad of het proces wordt voortgezet. Tegen de uitspraak is geen beroep mogelijk.

Onzekerheid

De internationale juristenorganisatie vindt dat de raad zich met de gekozen gang van zaken buitenspel zet en dat baart de ICJ grote zorgen. "Er ontstaat alleen maar meer onzekerheid door het besluit."

De beslissing van de krijgsraad kan betekenen dat het proces over de Decembermoorden jarenlang komt stil te liggen. In Suriname is de oprichting van een speciaal constitutioneel hof al tientallen jaren onderwerp van gesprek.

Amnestiewet

Suriname kent een grondwetsartikel dat inmenging in bestaande rechtszaken verbiedt. Het OM en het hof moeten onder meer antwoord geven op de vraag of dat artikel ook betrekking heeft op de Amnestiewet.

Begin april nam het Surinaamse parlement de Amnestiewet aan. De wet bepaalt dat de betrokkenen bij de Decembermoorden in 1982 vrijuit gaan. De belangrijkste verdachte is president Bouterse.