Excuses gevraagd voor 'Westerling'

Aangepast op
Binnenland

Tien nabestaanden van mannen uit Zuid-Sulawesi willen een schadevergoeding en excuses van de Nederlandse staat. Zes vrouwen en vier kinderen zagen in 1946 hoe hun mannen en vaders door Nederlandse militairen werden doodgeschoten.

Advocaat Liesbeth Zegveld heeft de zaak aangekaart bij minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken. De weduwen en kinderen willen vooral erkenning van het leed dat hen is aangedaan.

De Nederlandse kapitein Raymond Westerling trad in 1946 meedogenloos op tegen burgers in Zuid-Sulawesi, dat toen nog Zuid-Celebes heette. Onder zijn leiding werden ten minste 3000 burgers zonder proces geëxecuteerd.

Indonesië was toen nog een Nederlandse kolonie en vocht voor zijn onafhankelijkheid.

Haast

Rapporten uit 1948 en 1954 over de gebeurtenissen zijn door de toenmalige Nederlandse regeringen terzijde geschoven. De kabinetschef in 1954 vond het "weinig gewenst om oude zaken weer op te rakelen", omdat dan zou blijken dat "niet alleen de militairen maar ook het bestuur tekort was geschoten", citeert Zegveld.

De nabestaanden uit Zuid-Sulawesi deden een beroep op de advocaat, nadat Nederland schadevergoeding had uitgekeerd en excuses had aangeboden aan nabestaanden van het bloedbad in Rawagede op Java.

Zegveld wil dat er haast wordt gemaakt met de zaak, de oudste nabestaande is een weduwe die in 1908 is geboren.