»
FNV-voorzitter Agnes Jongerius
ANP Door verslaggever Peter van den Meerschaut
Een vastomlijnd, uitgekristalliseerd plan zal het niet zijn. Alleen de contouren van een nieuwe vakbeweging zal PvdA-Kamerlid Jetta Klijnsma morgen presenteren. Na ruim drie maanden luisteren en inventariseren van gedachten binnen en buiten de FNV-bonden zal Klijnsma de toekomst schetsen van de opvolger van de Federatie Nederlandse Vakbeweging.
Het is daarna aan de 19 vakbonden om daar verder invulling aan te geven. Of niet.
Verdeeldheid
Samen met vier andere kwartiermakers heeft Klijnsma onderzocht welke toekomst de vakbeweging in Nederland heeft. Ze aanvaardde die opdracht pas na lang wikken en wegen, zéker omdat de uitkomst van haar onderzoek ongewis is.
De 19 voorzitters van de FNV-bonden lagen eind vorig jaar op ramkoers. De discussie over het pensioenakkoord spleet de vakbeweging en bracht een jarenlang sluimerend machtsconflict aan het licht.
Na een intensieve discussiebijeenkomst in Dalfsen maakten de voorzitters een afspraak over een radicale stap. Ze namen het advies van de 'verkenners' Herman Wijffels en Han Noten over: er moest een opvolger komen van de FNV, die dichter bij de leden zou staan én die een volwaardige gesprekspartner zou zijn voor politiek en werkgevers. De kwartiermakers kregen de taak om De Nieuwe Vakbeweging (DNV) vorm te geven.
Afstaan van macht
Uit gesprekken die de NOS de afgelopen maanden heeft gevoerd met direct betrokkenen blijkt dat de verdeeldheid onder de negentien vakbonden nog niet de wereld uit is. Macht opgeven is het grootste probleem. Van de grote bonden AbvaKabo en FNV Bondgenoten wordt verlangd dat ze zich opdelen in herkenbare sectoren, zoals zorg, industrie en vervoer. Daarmee worden ze dan even groot als, bijvoorbeeld, de sectoren politie en onderwijs.
Voor de leden moet dat het voordeel opleveren dat de vakbond meer dan nu betrokken is bij de inhoud van het werk. Maar de zittende bestuurders krijgen door de opdeling naar sectoren minder te zeggen in de overkoepelende vakcentrale. Dat verklaart de afwachtende houding van die bestuurders ten opzichte van de uitkomsten van Klijnsma's commissie.
De kleinere bonden zullen moeten accepteren dat ze in de nieuwe vakbeweging een deel van hun zelfstandigheid kwijtraken. Dat betekent meebetalen aan het geheel zonder meer zeggenschap te krijgen.
Eén voorzitter
Naar verwachting staat in het plan van Klijnsma dat er één voorzitter komt, die rechtstreeks door de leden wordt gekozen. Die voorzitter legt verantwoording af aan een parlement met leden. Ook die verandering ligt gevoelig bij de kleinere bonden.
Uit een onderzoek onder ruim 7000 vakbondsleden (vooral van de FNV) kwam vorige week overigens naar voren dat die vorm van rechtstreekse vertegenwoordiging het meest gewenst is.
Een bredere beweging
De vernieuwing van de vakbeweging moet ook blijken uit de manier waarop Klijnsma denkt nieuwe leden aan te trekken. DNV moet groepen aanspreken die zich minder aangesproken voelen door de huidige vakbeweging, zoals flexwerkers en jongeren. Ook vakbonden met een andere achtergrond (zoals CNV of MHP) moeten kunnen aanhaken bij DNV. Tot nu toe heeft nog geen enkele bond zich gemeld.
Na het bekendmaken van de contouren van Klijnsma zullen de 19 bonden in eigen kring de stukken bespreken, aanvullen of afwijzen. Midden juni moeten alle plannen klaar zijn. Dan richt de aandacht zich op het oprichtingsconges van De Nieuwe Vakbeweging op 23 juni. Pas dan zal blijken welke FNV-bonden écht kiezen voor vernieuwing.
Deel deze pagina
»
»
»