'Onderzoek crash Libië komt niet af'

Aangepast op
Binnenland

De kans is klein dat de oorzaak van het vliegtuigongeluk in Libië in 2010, waarbij zeventig Nederlanders omkwamen, nog wordt gevonden. Het onderzoek ligt al een hele tijd stil en het is niet duidelijk of het wordt hervat. Dat zei advocaat Sander de Lang van de nabestaanden van de slachtoffers bij de KRO op Radio 1.

Van de Libische onderzoeksraad is alleen de voorzitter nog over. De overige leden zijn volgens De Lang gevlucht of spoorloos verdwenen. De voorzitter zou wel bezig zijn het onderzoek weer op te starten.

Gegevens

De brokstukken van het vliegtuig zijn opgeslagen in een loods in Libië en de vluchtgegevens van de zwarte dozen liggen in Libië en in Frankrijk.

Volgens een verdrag uit 1947 van de International Civil Aviation Organisation ICOA mag alleen de onderzoeksraad van het land dat een ongeluk onderzoekt deze gegevens bekijken.

De Airbus van Afriqiyah Airways verongelukte op 12 mei 2010 op de luchthaven van Tripoli. 103 mensen kwamen daarbij om het leven, onder wie zeventig Nederlanders. Alleen een Nederlandse jongen van 9 jaar overleefde het ongeluk.

'Rosenthal moet communiceren'

D66-leider Alexander Pechtold zegt dat de nabestaanden een gevoel van onmacht hebben. Hij vindt dat minister Rosenthal in ieder geval met hen moet communiceren, bijvoorbeeld door hen op de hoogte te houden van de stand van zaken van het onderzoek.

Daarnaast zegt Pechtold dat het mogelijk zin heeft om samen met de andere betrokken landen de druk op Libië op te voeren. Frankrijk is betrokken omdat het vliegtuig een Airbus is en de VS omdat de motor van Amerikaanse makelij was.