Brieven aan een folteraar

Aangepast op
Buitenland

Door buitenlandredacteur Esther Bootsma

Maandenlang werd hij gemarteld, dag en nacht. Opgehangen aan het plafond, beroofd van slaap, zijn voetzolen en handen rauw van de zweepslagen. "Het ergste moment was dat ik werd gedwongen mijn eigen stront te eten. Daardoor brak ik", zegt de Iraanse schrijver Houshang Asadi. "Daardoor bekende ik dat ik een spion was, wat ik natuurlijk helemaal niet was. Ik haatte mezelf, maar had geen keus."

Houshang Asadi heeft zijn ervaringen verwerkt in zijn boek 'Brieven aan mijn folteraar', dat vrijdag in Nederland uitkomt. Zes jaar lang, van 1983 tot 1989, zat hij in de beruchtste gevangenis van Iran. Zijn folteraar had de bijnaam Broeder Hamid.

"Een jonge man, heel religieus, extreem wreed. Hij had harde handen en geen enkel mededogen met mij. Hij wilde me doden, maar had daar geen toestemming voor. Daarom doodde hij mijn hart en mijn geest", vertelt Asadi tijdens een bezoek aan Amsterdam.

Littekens

Omdat hij altijd geblinddoekt was, heeft hij Broeder Hamid maar drie keer per ongeluk gezien. De eerste keer door een gat in zijn celdeur. Er zat een stukje karton voor, waar iemand een gaatje in had geprikt. Het gaatje was genoeg om zijn folteraar 25 jaar later te herkennen.

"Een vriend mailde me een foto, en vroeg me: 'Ken je die man?'", zegt Asadi, die in 2003 naar Parijs vluchtte en daar nu een Iraanse internetkrant Rooz online uitgeeft: . "Ik had een oude computer, dus de foto kwam heel langzaam tevoorschijn. Maar bij het voorhoofd wist ik al dat het Broeder Hamid was. Mijn hele lichaam begon te trillen, ik voelde de littekens op mijn voetzolen branden", zegt Asadi.

De folteraar blijkt dan ambassadeur te zijn in Tajikistan, zijn echte naam is Naser Sarmadi Parsa. "Vrienden van ons hebben gezorgd dat de foto met mijn verhaal werd uitgezonden op televisie. Een paar dagen later werd hij teruggehaald naar Iran. Nu is hij een rijke handelaar."

Tandenborstel

Asadi was al langer van plan om over de martelingen te schrijven, maar kon steeds de juiste vorm niet vinden. Ineens wist hij het: brieven aan Broeder Hamid. "Omdat hij me altijd dwong te schrijven. Mijn levensverhaal, dat hij 'smerige gedichtjes' noemde, maar ook elk klein verzoek. Als ik mijn tanden wilde poetsen, moest ik een onderdanige brief schrijven: Beste Broeder Hamid, mag ik alstublieft een tandenborstel?"

Aanvankelijk begreep Asadi niets van zijn arrestatie. Als linkse adjunct-hoofdredacteur van de grootste krant in Iran, Kayhan, had hij juist de islamitische revolutie gesteund. Maar zijn religieuze vrienden blijken zijn grootste vijanden. Honderden intellectuelen worden gearresteerd, gemarteld en gedood.

Het ergste martelwerktuig is de blinddoek, zegt Asadi. "Omdat jij je folteraar niet ziet, maar hij jou wel. Hij ziet elke trilling van je lichaam, hij heeft volledige controle over je." Een gevangene met een blinddoek is volstrekt machteloos. "Een lichaam dat een klap ziet aankomen, gaat automatisch in de verdediging, maar wie blind is, mist het defensief."

Murw van de martelingen bekent Asadi uiteindelijk dat hij een spion is van de Sovjet-Unie en de Britse geheime dienst tegelijk. Hij wordt veroordeeld tot vijftien jaar cel. Na zes jaar komt hij wegens goed gedrag vrij.

Hondenscheet nr 1

Hoe gruwelijk zijn ervaringen ook zijn, Asadi schrijft ook met humor. Bijvoorbeeld over de drie maanden (nog voor de revolutie) waarin hij een cel deelde met Ali Khamenei, nu de hoogste geestelijk leider van Iran. Die gaf de bewakers altijd bijnamen: Hondenscheet nr 1 en Hondenscheet nr 2. Ze werden goede vrienden. "Alleen één onderwerp was taboe: seks. Als ik daar een grap over maakte, zei Khamenei: 'Houd alsjeblieft op'."

Asadi voelt geen haat tegen ayatollah Khamenei, al is het huidige bewind volgens hem wreder dan welk eerder Iraans bewind ook. Ook voelt hij geen haat meer tegen zijn folteraar. "Ik vergeef Broeder Hamid. Het was een lang, persoonlijk, moeilijk gevecht om dat te bereiken. Maar in de geschiedenis van Iran hebben we al zo vaak een dictator verdreven en altijd kregen we een nieuwe dictator terug. Dat komt door de haat. Om deze cirkel van haat en wraak te doorbreken, moeten we wel vergeven. Alleen dan heeft democratie een kans."

Houshang Asadi, 'Brieven aan mijn folteraar, Liefde, revolutie en gevangenschap in Iran', uitgeverij Omniboek, ISBN 9789059771109